Experiment mest verdunnen in het voorjaar

Bij twee pilotboeren, Jaap Schep en Wouter Beukeboom zijn oriënterende experimenten gedaan met verschillende verdunningen van drijfmest in het voorjaar. Het doel was om het effect van mestverdunning te meten op grasopbrengst en grassamenstelling.

De les tot nu toe

Verdunnen bij het aanwenden van drijfmest in het voorjaar levert extra gras op, maar het vochtgehalte van de bodem in combinatie met (veel) neerslag vlak na aanwending kunnen het effect van verdunnen tenietdoen door afspoeling.

pilotbedrijf Schep: Mestverdunning en mest uitrijden

Bij Jaap Schep is 14 ha grasland, in 3 blokken verdeeld. Op elk blok is de drijfmest in verschillende mate gemengd met water. Op 13 maart is drijfmest uitgereden (ongeveer 30 kuub per ha) in 3 verschillende verdunningen:

  • 1 mest : 1 water
  • 2 mest : 1 water
  • 3 mest : 1 water

Op 28 april is de eerste snede geoogst en zijn er monsters genomen van het verse gras.
In onderstaande tabel de resultaten.

Tabel bedrijf Schep: Mestverdunning, grasopbrengst en samenstelling vers gras

Tabel bedrijf Schep: Mestverdunning, grasopbrengst en samenstelling vers gras

Wat zien we?

  • Hoogste droge stof opbrengst bij 2 mest en 1 water
  • Hoogste ruw eiwit opbrengst ook bij 2 mest en 1 water
  • Verdunning van 3 mest en 1 water blijft duidelijk achter voor wat betreft opbrengst in kg ds en ruw eiwit.

Soms gaat het mis…

Dat je ook te ver kunt gaan met verdunnen bleek duidelijk uit het experiment bij Wouter Beukeboom. Op 21 februari is op alle percelen al drijfmest aangewend. In het kader van de proef heeft ook Wouter 3 blokken van in totaal 15 ha met verschillende verdunningen bemest (zijn onderstaande tabel). In de twee dagen na 21 februari kwam er 18 en 15 mm regen naar beneden! Dat had afspoeling van de drijfmest tot gevolg, met name van de percelen met de hoogste verdunning. Dit is in onderstaande tabel duidelijk te zien.

Tabel bedrijf Beukeboom: Mestverdunning, grasopbrengst en samenstelling vers gras

Tabel bedrijf Beukeboom: Mestverdunning, grasopbrengst en samenstelling vers gras

Wat zien we?

  • Maximale verdunning geeft lagere opbrengst
  • Verdunning van 2,22 : 1 geeft hoogste opbrengst aan kg droge stof als ook aan totale kg ruw eiwit per ha.
  • Bij lage verdunning (3,8 : 1) is opbrengst duidelijk hoger, maar gehalte aan ruw eiwit blijft achter ten opzichte van hogere verdunningen.

Pilotboer Beukeboom - Mest uitrijden

Vervolg:

  • Voor de tweede snede wordt een zelfde experiment uitgevoerd om te zien welk effect het verdunnen van mest heeft verderop in het groeiseizoen.
  • Er wordt een nieuwsbericht voorbereid waarin we de kosten en baten van verdunnen tegen elkaar afwegen. Wat kost extra verdunnen van drijfmest en wat levert het op?

Pilotboeren beproeven extra verdunnen van drijfmest

Op de pilotbedrijven van Jaap Schep en Wouter Beukeboom is een proef aangelegd, waarin drie niveaus van verdunning van mest met water met elkaar worden vergeleken:

  • 1 deel water op 3 delen mest (25% water) = normale verdunning van de loonwerker
  • 1 deel water op 2 delen mest (33% water)
  • 1 deel water op 1 deel mest (50% water)

De proef strekt zich uit over ongeveer 9 ha, onderverdeeld in 9 velden van ongeveer 1 ha, die afgebakend worden door sloten en greppels.

drie niveaus van verdunning van mest met water

Over twee snedes wordt de mest in deze drie verdunningen aangebracht. Per snede wordt de hoeveelheid (kg droge stof) en kwaliteit (o.a. VEM en ruw eiwit) van het gras gemeten. Ook wordt een monster van de drijfmest genomen, zodat bekend is hoeveel kg N er per ha wordt verstrekt.

Wat verwachten we?

Gezien eerdere proeven is de verwachting dat een grotere verdunning een betere benutting van de stikstof uit de mest geeft. Dit heeft twee oorzaken:

  • Bij verdunning verdwijnt er minder ammoniak in de lucht, zodat er meer stikstof beschikbaar komt voor de plant.
  • Bij verdunning worden de mineralen beter opgenomen door de plant, zodat er minder kans bestaat op uitspoeling.

Half mei verwachten we de eerste snede. We geven dan graag door welke verschillen er zijn gevonden in graskwaliteit en – kwantiteit tussen de percelen.

 

Ammoniakreductie via het voerspoor

Mts. Korrel, één van de tien pilotbedrijven, is actief aan de slag met de doelstelling om 25% reductie te realiseren op zijn ammoniakproductie. Eén van de actiepunten voor Richard Korrel is om een lager ruw eiwitgehalte in het totale rantsoen te realiseren. Met veel (vers) gras in het rantsoen en het streven naar een optimale melkproductie per koe, is dit een lastige opgave.

Voor de komende tijd betekent het dat in overleg met hun eigen veevoeradviseur wordt bekeken hoe dit is te realiseren met het ruwvoer dat momenteel aanwezig is. Omdat er een ruwvoertekort is op het bedrijf (niet zelfvoorzienend) zal er wat aangekocht moeten worden. De vraag is of dit snijmais, (gras)zaadhooi of stro, kuilgras of een ruwvoerbrok moet worden. Ook de kosten wegen mee in de keuze, maar uiteraard is een optimale eiwitbenutting belangrijk. Een deel van het tekort zal (net als voorgaande jaren) opgevuld worden met snijmais.

Maar omdat er meer koeien lopen dan vorig jaar, is het de vraag of er voor de droge koeien een ander rantsoen gemaakt moet worden: met stro en brok is het over het algemeen makkelijker een rantsoen op de eiwitnorm te maken dan met kuilgras. Vraag is echter: wat is het eiwitgehalte van het aan te kopen kuilgras en wat zijn de kosten van beide voedermiddelen? Dit zal met elkaar vergeleken worden, zodat de keuze makkelijker wordt.

Belangrijk is dat er overleg is met de adviseurs en de ondernemers zodat de doelstellingen en wensen gezamenlijk bekend zijn en uiteindelijk tot het beste resultaat gekomen kan worden: op naar een verlaging van 168 naar 155 gram ruw eiwit in het totale rantsoen van de veestapel. Hiermee wordt dan niet alleen een ammoniakreductie behaald, maar ook een BEX-voordeel. En dat kan weer mooi meegenomen worden in verschillende berekeningen van het mestbeleid.

>> Bedrijfspagina van deelnemer Richard Korrel