Grip op bodemmineralisatie

Hoe krijgen we meer grip op de mineralisatie van stikstof uit de bodem en de opname door gras? Kunnen we sturen op stikstofmineralisatie met bodemmanagent, bemesting, gras, kruiden of onderwaterdrainage? Belangrijke vragen, waar we met een aantal praktijk- en inhoudsdeskundigen dieper op in zijn gegaan tijdens de themamiddag van Proeftuin Veenweiden op 15 november jl.

Beter benutten

Gekeken is naar de mineralisatie uit veen en de benutting in gras. De mineralisatie van stikstof uit veen is misschien wel hoger dan 500 kg N per ha per jaar, maar we benutten er gemiddeld maar 250 kg N per ha van met de teelt van gras. De rest gaat verloren en draagt wel bij aan inklinking van het veenweidegebied. Het is als rijden met een auto met een gat in de brandstoftank; autorijden levert sowieso al uitsloot van broeikasgassen op, maar door het gat in de tank verliezen we ook nog veel brandstof zonder dat we het benutten. In het project willen we enerzijds het gat in de brandstoftank dichten en aan de andere kant zorgen dat de auto zuiniger gaat rijden met een betere benutting. Daarvoor gaan we inspelen op de mineralisatie met bemesting en graslandmanagement, en tevens proberen te sturen op de mineralisatie.

Resultaten van onderzoek en tips voor de praktijk

Tijdens de bijeenkomst liet Jeroen Pijlman, onderzoeker van het Louis Bolk Instituut, zien dat aan de hand van een uitbreide data-analyse de stikstofopname van gras voorspeld kan worden. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, ligt de hoogste opnamen van stikstof niet in het najaar maar rond half augustus. Met de deelnemende veehouders willen we nu gaan kijken of we dit kunnen gebruiken voor een voorspellende tool. Tevens lieten Nick van Eekeren en Michel de Haan de eerste cijfers zien van sturen op mineralisatie in veenweidebodem middels carbonaat- en sulfaatmeststoffen, extract van compost en kruiden. Het blijkt dat carbonaatmeststoffen de mineralisatie stimuleren en sulfaat meststoffen de mineralisatie remmen. Het extract van compost lijkt bij toediening in het voorjaar het hele seizoen extra mineralisatie te geven. Wim Honkoop en Sander Heikoop van PPP-Agro Advies gaven aan dat temperatuur een grotere invloed heeft op mineralisatie dan vocht. Door het vochtgehalte in de bodem te veranderen kun je temperatuur sturen. Uit de presentatie van Leo Joosten van ORG-ID blijkt dat met drukdrains afgelopen weideseizoen extreme waterpeilen zijn voorkomen. Bruikbare resultaten en inzichten waar we mee verder kunnen!

Kruiden bieden kansen

De koeien op de proefboerderij in Zegveld stonden in augustus voor het eerst op een veld met smalle weegbree. Weiden op kruidenrijk gras kan het rantsoen verbreden en bijdragen aan diergezondheid. Dat blijkt uit onderzoek door PPP-Agro Advies samen met het Veenweiden Innovatiecentrum en het Louis Bolk instituut.

Voor het onderzoek zijn is in het voorjaar van 2016 een veld met Engels raaigras en smalle weegbree ingezaaid. Dat is erg goed aangeslagen en leverde een mooi kruidenrijk perceel op, waar de koeien prima op weiden, zie de beelden in het filmpje.

Er is gekozen voor smalle weegbree als een van de kansrijke opties, omdat er veel mineralen en sporenelementen inzitten en het van oudsher bekend staat om zijn ontstekingsremmende werking. Door het rantsoen van de koeien op deze manier te verbreden hopen we de gezondheid van de koeien te verbeteren. Ook kan het wortelstelsel van kruiden mogelijk aanvullend functioneren op dat van gras.

Neem voor meer informatie contact op met Nick van Eekeren (n.vaneekeren@louisbolk.nl) of Wim Honkoop (w.honkoop@ppp-agro.nl).


Bekijk het filmpje:

De kracht van kruiden

Nieuwe inzichten geven aan dat meer kruiden in het grasland bij kunnen bijdragen aan een stabielere productie van grasland. Daarnaast leveren kruiden ook een kwalitatieve en kwantitatieve bijdrage aan de voerproductie. In de proeftuin wordt onderzocht of kruiden middels zogenaamde secundaire metabolieten ook een gunstig effect hebben op de remming van bodemdaling en de eiwitbenutting van de koe.

Een ander wortelpatroon van kruiden t.o.v. gras, geeft een aanvullende mineralenbenutting in de bodem (voorkomen emissies), een bijdrage aan droogtetolerantie en kan mogelijk ook de draagkracht van de bodem verbeteren. Daarnaast bevatten kruiden in zowel ondergrondse en bovengrondse plantdelen zogenaamde secundaire metabolieten. Deze stoffen zitten vaak in de plant voor ziekte- en plaagwering. Enkele van deze secundaire metabolieten (o.a. tannines) remmen echter ook de afbraak van eiwitten door microben. Dit kan mogelijk een remmend effect hebben op mineralisatie van de organische stof in de bodem en zo bodemdaling voorkomen.

Daarnaast spelen deze secundaire metabolieten ook een rol in de eiwitvertering in het dier. Specifiek voor veenweide is dat er veel onbestendig eiwit is, wat moeilijk te benutten is. Tannines in kruiden zorgen voor samenklontering van deze onbestendige eiwitten in de pens waardoor ze onverteerd de pens passeren en in het darmstelsel van een herkauwer benut kunnen worden. Hierdoor worden de stikstofverliezen gereduceerd. Daarnaast bevorderen kruiden de biodiversiteit, wat zijn invloed heeft op insecten en weidevogels.

In de proeftuin veenweide is gestart met een experiment naar het “proof of principle” van het effect van kruiden op de reductie van afbraak van bodemorganische stof. Daarnaast zijn enkele percelen met kruiden ingezaaid. De komende tijd zal hiervan de voederwaarde worden gemeten.

Neem voor meer informatie contact op met Nick van Eekeren n.vaneekeren@louisbolk.nl