Dag en nacht beweiden voor lagere ammoniakemissie, werkt dat?

In Proeftuin Veenweiden experimenteren pilotbedrijven met maatregelen om ammoniakemissie te verlagen op hun bedrijf. Pilotboer Jaap Pronk heeft daarvoor het aantal beweidingsuren dit jaar verhoogd. Hij beweidt met meer dan 300 melkkoeien zelfs dag en nacht! Wat vraagt dat aan planning en levert het behalve minder ammoniakemissie nog meer op?

Vers gras monsters als uitgangspunt

Belangrijk is hoeveel vers gras de koeien vreten en wat de voederwaarde van het verse gras is. Om dat te bepalen zijn er begin juni vers gras monsters genomen van een aantal percelen die beweid zijn en beweid gaan worden. De resultaten staan in onderstaande tabel:

Hier valt vooral het relatief hoge RE ten opzichte van de VEM-waarde op. Vraag is nu of de gevoerde brok (in de melkstal en op stal) goed is afgestemd op het aangeboden weidegras. Een te hoog gehalte aan RE in het rantsoen leidt tot een lagere eiwitbenutting en meer NH3!

Maatwerk in krachtvoer

Om de juiste brok en hoeveelheid te bepalen is er overleg geweest met voeradviseur Bart Kistemaker. Ook zijn de laatste melkcontrolegegevens geanalyseerd. Hieruit blijkt dat de nieuwmelkte koeien een lager ureum hadden dan de oudmelkte koeien en lager dan de gemiddelde uitslag. Dit wijst erop dat vooral de oudmelkte koeien een eiwitoverschot hadden en een energietekort. Voor Jaap en zijn voeradviseur het sein om de krachtvoergift (soort krachtvoer) aan te passen. Plan is nu om de oudmelkte koeien een maisbrok te gaan bijvoeren met minder eiwit en meer energie.

Binnenkort worden weer vers grasmonsters genomen om te bepalen of het rantsoen nog in balans is. Het monitoren van de waarde van vers gras is belangrijk voor het bepalen van een optimaal rantsoen met vers weidegras en krachtvoer. Als dat goed zit, levert dat een betere eiwitbenutting en minder ammoniakemissie op!

vers gras monsters in Proeftuin Veenweiden

Pilotboer Jaap Pronk in overleg met voeradviseur Bart Kistemaker

Proeftuin Veenweiden-teams aan de slag: doordenken en doorpakken

De 10 Proeftuin Veenweiden-teams zijn gestart. Eerst onderling kennismaken natuurlijk, maar ook meteen de diepte in. Tijdens de bijeenkomsten bij de pilotboeren Arno Plomp in Wilnis en Jaap Pronk in Broek in Waterland was er genoeg te zien en te bepraten!

studiegroep Arno Plomp in keuken

Plan van aanpak

Alle teamgenoten hebben hun eigen bedrijfsvoering en hun eigen uitdagingen. Dat varieert van melken met robots, wel/niet beweiden, biologische bedrijfsvoering of in omschakeling naar biologisch en verschillende huisvesting, waaronder een grupstal. Maar allemaal hebben ze te maken met de opgave ammoniakuitstoot te reduceren. Het pan van aanpak wat Arno en Jaap daarvoor hebben gemaakt, is gepresenteerd en besproken. Hun doelstellingen om tot 25% reductie te komen reductie van 25% bestaan o.a. uit verlaging van het aandeel ruw eiwit in het rantsoen (richting 155 g RE), verlagen van het aandeel jongvee richting 4,5 stuks (bij Jaap naar 4 stuks) per 10 melkkoeien, mest aanwenden met water (verhouding richting 1:1) en mogelijk verhogen van het aantal weidedagen en –uren.

Kringloopwijzer toont resultaat

Studiegroep Jaap PronkDoor middel van een ingevulde Kringloopwijzer over het jaar 2016 zijn de eerste resultaten bij Arno Plomp en Jaap Pronk bekend. Bij beiden is een deel van de beoogde reductie al gerealiseerd, vooral door het mest uitrijden met water, maar nog niet in de verhouding 1:1. Verder is Jaap er ook in geslaagd om het aandeel jongvee te verlagen naar 4,0 stuks per 10 melkkoeien, het ruw eiwit in het rantsoen met 10 punten te verlagen en het aantal weidedagen te verhogen. Zichtbare resultaten dus, maar wat is er nog meer nodig om de totale reductie te realiseren? De teamgenoten hebben met elkaar gekeken naar verbeterpunten, o.a. tijdens een rondgang op het bedrijf. In de praktijk, op het erf en in de stal kun je het beste zien waar het goed gaat en waar het beter kan! De volgende bijeenkomst worden de Kringloopwijzers over 2016 van de teamgenoten doorgenomen. Hoe staat het er bij hen voor? Waar kunnen zij verbeteringen doorvoeren?

Fosfaatreductieplan en Proeftuin Veenweiden

Studiegroep Arno Plomp in de stalOp dit moment ligt voor veel melkveehouders de focus op de gevolgen van het fosfaatreductieplan voor hun bedrijf. Hoeveel en welke koeien of jongvee moeten er afgevoerd worden? Vragen die aansluiten bij de uitvoering van Proeftuin Veenweiden. Het verlagen van het aandeel jongvee heeft een positief effect op ammoniakreductie. En als minder productieve koeien worden afgevoerd, zal de eiwitbenutting ook beter worden! En het verhogen van het aantal weidedagen en –uren kan in 2017 de kosten verlagen.

Kortom: een antwoord op de vragen uit de Proeftuin Veenweiden kan ook een antwoord zijn op een aantal vragen voor uw reguliere bedrijfsvoering. Het draait allemaal op een verbetering van de efficiëntie op uw bedrijf. We houden u op de hoogte met antwoorden!


Dick Jan Koster, begeleider en adviseur Proeftuin Veenweiden
e-mail:
dj.koster@ppp-agro.nl , mobiel: 06-23058194     

Pronken met je graskuil mag!

Als je veel eigen gras in het rantsoen hebt, wil je aankoersen op een graskuil van 900 VEM en 150 gram ruw eiwit. Dan kun je met een eenvoudige brok prima melken en blijf je in het voorjaar niet met 50 meter kuil zitten! In Proeftuin Veenweiden bekijken we de mogelijkheden.

Een mooie graskuil van eigen land is veel waard. Veel melkveebedrijven in de Veenweiden zitten niet krap in hun grond en bij een groeizaam jaar liggen er flinke kuilen met gras voor de winter. De uitdaging komt in de winter: hoe krijg ik dit gras op een efficiënte manier omgezet in melk? Een veel voorkomende valkuil is dat er allerlei producten tegenover worden gezet om het eiwitrijke gras van energie te voorzien. Het resultaat is een prima rantsoen, met in het voorjaar nog een plaat kuilgras over!

Jaap Pronk voor z’n graskuil van 120 meter

Jaap Pronk voor z’n graskuil van 120 meter

In Proeftuin Veenweiden is de doelstelling om zoveel mogelijk eigen gras in het rantsoen te krijgen zonder dat dit een overdosis aan eiwit geeft (met extra ammoniak tot gevolg). Eén van de pilotbedrijven in Proeftuin Veenweiden is het melkveebedrijf van de broers Jaap & Wim Pronk in Broek in Waterland. Zij melken ruim 350 koeien op een kleine 200 ha gras. In 2015 was het aandeel ruw eiwit in het rantsoen 189 gram per kg. Het rantsoen bestond voor 68% uit vers gras en kuilgras en het gemiddelde ureumgehalte in de melk was 29.

Volgend jaar mikken ze op een kuil van 900 VEM en 150 ruw eiwit. Als dat lukt kunnen ze met een eenvoudige brok goed melken. Dat scheelt ammoniak en centen!

Om een dergelijke kuil te realiseren worden de volgende maatregelen ingezet:

  • Bemesten op maat voor een weide- of maaisnede en natuurlijk alle drijfmest maximaal verdunnen met water, als het even kan in de verhouding van 1 : 1.
  • Maaien van het gras in een later groeistadium, zodat de opgenomen stikstof door de plant ‘verdund’ is door toename van het volume van de plant.
  • Wiedeggen en doorzaaien van sommige percelen, omdat daar vrij veel ruwbeemd in voorkomt.
  • Komend jaar het najaarsgras met veel eiwit over de 1e en 2 snede heen te kuilen, zodat het beter benut kan worden door de melkkoeien.

Neem voor meer informatie contact op met Teus Verhoeff (teus@proeftuinveenweiden.nl