Kunstmestgift die past bij hoeveelheid mineralisatie

Proeftuin Veenweiden pilotbedrijf Bartlo Hoogendijk wil graag gras winnen met 160 ruweiwit (RE). Om dat te realiseren, moet hij wat bedenken voor het najaar, want dan komt er een flinke stoot aan extra stikstof vrij door de mineralisatie van de veengrond en die verschilt nogal per perceel. In dit eerste experiment van de proef wil hij uitzoeken wat de kunstmestgift moet zijn voor de percelen met een lage mineralisatie.

Mineralisatie in kaart

Voor het experiment heeft Bartlo op een kaart aangegeven wat de verwachte mineralisatie per perceel zal zijn. Hiervoor is gekeken naar factoren die de mineralisatie beïnvloeden: Waar warmt de bodem het snelst op? Waar is de pH hoog en waar laag? Is er wel eens stikstof- en of fosfaatgebrek in het gras te zien geweest? Hoe hoog is het gehalte aan organische stof? Aan de hand van deze kennis uit de praktijk is onderstaande kaart samengesteld. Rechts de percelen waar een hoge mineralisatie te verwachten is en links de percelen met minder mineralisatie. Op basis van de resultaten gaat hij straks kijken of deze aannames kloppen en wat de consequentie is voor de kunstmestgift.

Kaart: Percelen met de verwachte mate van mineralisatie

Kaart: Percelen met de verwachte mate van mineralisatie

Experimenteren met kunstmestgift

In het experiment varieert hij voorafgaand aan de derde snede met de kunstmestgift. Uit de kaart blijkt dat er op de percelen 14 en 15 een lagere mineralisatie wordt verwacht. Als dat het geval is, zal het verschil in kunstmestgift duidelijk te zien zijn aan de grasopbrengst, omdat deze niet wordt gecompenseerd door een overweldigende hoeveelheid stikstof uit mineralisatie. Beide percelen zijn vóór het experiment twee keer gemaaid en de bemesting is voor de percelen gelijk geweest (25 kuub rundveedrijfmest voor de 1e snede, 490 kg KAS voor de 1e en 2e snede). Voor de derde snede zijn de percelen in 3 stukken verdeeld, waarbij onderscheid is gemaakt in de kunstmestgift (0, 80 en 160 kg N in de vorm van KAS).

Op 30 juli, vlak vóór de oogst van de derde snede is er een vers gras monster genomen en is de opbrengst per ha bepaald (kg droge stof per ha). In onderstaande tabel staat de kwantiteit (kg droge stof) en kwaliteit (VEM en ruw eiwit) van de grasmonsters weergegeven.

Tabel: Vers gras monsters 3e snede bij verschillende N-gift (KAS)

Vers gras monsters 3e snede bij verschillende N-gift (KAS)

Wat zien we?

Uit de resultaten blijkt dat er zonder KAS een lagere opbrengst is in droge stof en een lager RE-gehalte. Het verschil tussen een bemesting met 80 of 160 kg KAS is nihil voor RE-gehalte, terwijl er wel een flink verschil is in ds-opbrengst.

Een voorlopige conclusie is, dat op percelen met een lagere verwachte mineralisatie een hogere gift aan kunstmest (160 kg KAS) nodig is voor een vergelijkbare opbrengst en een RE-gehalte dat niet onder het niveau van 160 gram terecht komt.

Voor het vervolg wordt er ook gekeken naar de percelen met een hogere verwachte mineralisatie. Hier zou de bemesting in de 2e helft van het jaar lager kunnen zijn.

 

Waarom wordt het gras groen na het spuiten van bagger?

Dat het gras mooi groen wordt en smakelijk is na het spuiten van bagger over een perceel, is al langer bekend bij veehouders. De vraag hoe dit komt en wat de mineralenbenutting eigenlijk is, blijft echter nog grotendeels onbeantwoord. Reden voor Richard Korrel, deelnemer Proeftuin Veenweiden, om eens wat experimenten te doen tijdens het spuiten van bagger.

Kwaliteit van de bagger

Eind mei heeft Korrel tijdens het bagger spuiten een aantal emmers neergezet, om te kijken wat er nu eigenlijk gemiddeld op een perceel wordt gebracht. Zowel de hoeveelheid opgebrachte bagger, als de kwaliteit ervan is interessant om te weten. Daarnaast is ook de benutting van belang: wat is de uiteindelijke opbrengst?

Pilotboer Richard Korrel heeft tijdens het bagger spuiten een aantal emmers neergezet

Tijdstip van spuiten

Het begint echter met het tijdstip: wanneer kun je het beste bagger spuiten? Vanuit het oogpunt van behoud van flora en fauna wil je niet te snel beginnen. In het voorjaar gebeurt er in dat opzicht veel in de sloot; het bruist van nieuw leven en activiteit rond die tijd. Vanuit het oogpunt van een efficiënte benutting van mineralen wil je juist niet te lang wachten. Hoe eerder extra nutriënten op het perceel gebracht, des te langer heb je er in hetzelfde seizoen plezier van. Dat is de afweging die je moet maken.

Kans op onkruid?

Is er meer kans op onkruiden die meekomen vanuit de slootbodem? Om daar duidelijkheid over te krijgen hebben we een kiembak gemaakt met daarin een laag bagger. Deze bak wordt blootgesteld aan de lucht (met uitzondering van eerste week om onkruidzaden via de wind uit te sluiten) en vervolgens in de gaten gehouden om te zien of er wat gaat groeien. Nu, na 9 weken, kunnen we aangeven dat er nog niets is opgekomen. Dit lijkt dus het bewijs dat er geen onkruidzaden meekomen bij baggeren.

Vooral veel water opgebracht

Uit metingen blijkt dat er vooral veel water meekomt: gemiddeld is er tijdens de proef ruim 37 kuub water per ha opgebracht! Dus dit komt overeen met een hele grote regenbui. De combinatie met de kunstmestgift van 100 kg/ha die na het baggerspuiten is opgebracht, geeft in ieder geval een goede benutting. Daarnaast komen ook de extra mineralen uit de bagger mee; vooral stikstof, fosfaat en zwavel. De opgebrachte kunstmest en de bagger zijn uitgereden over etgroen na de eerste maaisnede. De melkkoeien zijn vervolgens ingeschaard ca. 1700 kg ds, 20 dagen na het baggerspuiten en 10 dagen na de kunstmestgift. Omdat het perceel in tweeën was gedeeld (ene helft met en andere helft zonder bagger), kan een vergelijking worden gemaakt.

Spuiten van bagger

Voorkeur voor bagger

Met het blote oog was goed zichtbaar dat de koeien eerst naar de ene kant van het perceel toeliepen om te grazen. Dit was het gedeelte met bagger en vervolgens de andere kant. Aan het eind van de dag waren beide helften opgevreten, maar de koeien hadden wel een duidelijke voorkeur. In de melkgift, gehaltes van de melk en het ureum was geen duidelijk verschil merkbaar tussen het perceel en de percelen de dagen ervoor en erna.

Vraag is nu: waarom vreten de koeien eerst het gebaggerde deel af en daarna het niet gebaggerde deel? Op deze vraag en op een goede vergelijking tussen opbrengst en kwaliteitscijfers hopen we u binnenkort een antwoord te kunnen geven.

Water bij de mest, hoeveel werkt dan het best?

Veel deelnemers aan Proeftuin Veenweiden weten dat water bij mest zorgt voor een betere benutting van de mest en hogere opbrengsten. Vooral bij het sleepslangen wordt verdunnen breed toegepast. Maar hoeveel water toevoegen is zinvol? Hoe meer hoe beter, of is er een optimum?

Het experiment

Om het effect van verschillende verdunningen van drijfmest op de benutting en grasopbrengst te onderzoeken, is een praktijkexperiment uitgezet op het pilotbedrijf van Jaap Schep. Want leren van ervaringen helpt bij het vinden van de beste maatregelen. In dit experiment is de drijfmest aangewend in drie verschillende verhoudingen tussen water en mest. De gebruikte verhoudingen zijn weergegeven in tabel 1.

Tabel 1 Water bij de mest, hoeveel werkt dan het best

Tabel 1

Metingen

Op het moment van oogsten is een monster genomen om de grasopbrengst en kwaliteit bij de verschillende mestaanwendingen te analyseren. Hierbij zijn onder andere de droge stof opbrengst, het VEM en Ruw eiwit gehalte van het gras bepaald. Dit is zowel bij de eerste als bij de tweede snede gedaan. De resultaten van de eerste snede zijn weergegeven in figuur 1a en 1b en die van de tweede snede in figuur 2a en 2b.

tabel 1 a-b Water bij de mest, hoeveel werkt dan het best?

Resultaten

1e snede

Zoals in figuur 1a duidelijk te zien is zorgt de het verdunnen van mest met 1 deel water op 2 delen mest (67/33) voor de hoogste opbrengsten van zowel droge stof als VEM en ook van eiwit. De gehaltes aan VEM en ruw eiwit per kg droge stof waren niet de hoogste zoals in figuur 1b is te zien. Maar door de hogere droge stof opbrengst ligt de totale opbrengst per ha dus wel het hoogste bij een verdunning van 2 delen mest op 1 deel water.

2e snede

Voor de tweede snede gelden eigenlijk dezelfde resultaten als voor de 1e snede. Ook hier zorgde een verhouding van twee derde mest en één derde water voor de hoogste opbrengsten. Al waren de gehaltes per kg droge stof van VEM en ruw eiwit wel het laagste bij deze verhouding.

Tabel 2 a en b Water bij de mest, hoeveel werkt dan het best

Conclusie

In dit experiment op bedrijfsniveau zorgde het verdunnen van de mest met een deel water op twee delen mest voor de beste resultaten. Bij deze verdunning was de droge stof, kVEM en ook de eiwit opbrengst het hoogst. Bij een hogere verdunning (1 op 1) en bij een lagere verdunning (1 op 3) waren de opbrengsten lager.

Dag en nacht beweiden voor lagere ammoniakemissie, werkt dat?

In Proeftuin Veenweiden experimenteren pilotbedrijven met maatregelen om ammoniakemissie te verlagen op hun bedrijf. Pilotboer Jaap Pronk heeft daarvoor het aantal beweidingsuren dit jaar verhoogd. Hij beweidt met meer dan 300 melkkoeien zelfs dag en nacht! Wat vraagt dat aan planning en levert het behalve minder ammoniakemissie nog meer op?

Vers gras monsters als uitgangspunt

Belangrijk is hoeveel vers gras de koeien vreten en wat de voederwaarde van het verse gras is. Om dat te bepalen zijn er begin juni vers gras monsters genomen van een aantal percelen die beweid zijn en beweid gaan worden. De resultaten staan in onderstaande tabel:

Hier valt vooral het relatief hoge RE ten opzichte van de VEM-waarde op. Vraag is nu of de gevoerde brok (in de melkstal en op stal) goed is afgestemd op het aangeboden weidegras. Een te hoog gehalte aan RE in het rantsoen leidt tot een lagere eiwitbenutting en meer NH3!

Maatwerk in krachtvoer

Om de juiste brok en hoeveelheid te bepalen is er overleg geweest met voeradviseur Bart Kistemaker. Ook zijn de laatste melkcontrolegegevens geanalyseerd. Hieruit blijkt dat de nieuwmelkte koeien een lager ureum hadden dan de oudmelkte koeien en lager dan de gemiddelde uitslag. Dit wijst erop dat vooral de oudmelkte koeien een eiwitoverschot hadden en een energietekort. Voor Jaap en zijn voeradviseur het sein om de krachtvoergift (soort krachtvoer) aan te passen. Plan is nu om de oudmelkte koeien een maisbrok te gaan bijvoeren met minder eiwit en meer energie.

Binnenkort worden weer vers grasmonsters genomen om te bepalen of het rantsoen nog in balans is. Het monitoren van de waarde van vers gras is belangrijk voor het bepalen van een optimaal rantsoen met vers weidegras en krachtvoer. Als dat goed zit, levert dat een betere eiwitbenutting en minder ammoniakemissie op!

vers gras monsters in Proeftuin Veenweiden

Pilotboer Jaap Pronk in overleg met voeradviseur Bart Kistemaker

Kost mest verdunnen teveel geld?

In Proeftuin Veenweiden krijgen we regelmatig opmerkingen over de kosten van het verdunnen van drijfmest: ‘Jullie hebben het maar over het verdunnen van drijfmest, maar wat gaat dat allemaal wel niet kosten?!’ Als tegenhanger stellen we dan snel de vraag: ‘Wat gaat het extra opleveren, denk je?’ We nemen de proef op de som op het bedrijf van Wouter Beukeboom en daaruit blijkt dat er naast financieel ook andere voordelen zijn.

Meningen verdeeld in de praktijk

In de praktijk zien we het volgende:

  • Er zijn melkveehouders die al jarenlang de drijfmest maximaal verdunnen met de sleepslang en daar geen enkele concessie in willen doen. Ze begrijpen vaak niet waarom hun buren dat ook niet doen, omdat ze overduidelijk ervaren hoeveel meer gras het oplevert.
  • De meeste loonwerkers moedigen boeren niet aan om extra te verdunnen met water en wijzen vooral op de extra tijd en kosten die daarmee gemoeid zijn.

Leren van experimenteren

In de Proeftuin experimenteren we met het verdunnen van drijfmest. In een vorig nieuwsbericht zijn de resultaten genoemd voor wat betreft de 1e snede. Bij Wouter Beukeboom kwam de opbrengst bij een verdunning van 2,22 mest : 1 water duidelijk beter uit dan bij de normale verdunning (3,8 : 1). De loonwerker rekent bij Wouter € 220 per uur en voor beide stukken heeft hij exact bij gehouden hoeveel tijd het kost. Aan de hand daarvan zijn de kosten per ha berekend. In onderstaande tabel staan de verdunningen, de opbrengsten en de kosten van beide proefpercelen.

Tabel mestverdunningen, de opbrengsten en de kosten

Kosten versus baten

Het financiële voordeel is eenvoudig te berekenen: € 24 per ha. Terwijl perceel B beduidend kleiner is en daarmee minder efficiënt bemest kan worden. De extra opbrengsten kunnen we het beste berekenen aan de hand van de kg ruw eiwit per ha. Perceel B geeft 101 kg ruw eiwit meer op dan perceel C. De waarde van ruw eiwit is volgens de voederwaardeberekening ongeveer 50 cent per kg. 101 kg ruw eiwit komt dan op een waarde van € 50. Per saldo geeft extra verdunning in dit experiment een voordeel van € 26 per ha.

Overige voordelen

De verwachting is dat het verschil van verdunning in drogere en warmere tijden beduidend hoger ligt. Daarnaast is het voordeel van verdunning vóór beweiden dat het gras veel schoner en daarmee smakelijker is. Ook blijft er niets aan het blad hangen, zodat het bij een volgende maaisnede geen extra hoog ras-gehalte tot gevolg heeft.

Kortom, drijfmest verdunnen geeft veel voordelen die de hogere rekening van de loonwerker gemakkelijk lijken te compenseren.

Mest verdunnen bij pilotboer Wouter Beukeboom

Groen licht voor uitrijden van drijfmest in het voorjaar?

Koplopers in Proeftuin Veenweiden testen in de praktijk hoe een scherpe timing van het aanwenden van drijfmest, de ammoniakverliezen op hun bedrijf beperkt. Dat betekent uitrijden bij optimale weersomstandigheden. Dus bij bewolkt, iets regenachtig weer met weinig wind. Het ‘stoplichtsysteem’ van de proeftuin maakt melkveehouders attent op het beste mestmoment.

Groen licht in het voorjaar

Het stoplichtsysteem vertelt de veehouders wanneer het weer gunstig (groen), gemiddeld (oranje) of ongunstig (rood) is voor mestaanwending. Deze duidelijke signalen hebben al effect gehad: veel pilotboeren hebben na het maaien gewacht op oranje, of liever nog groen, voordat ze gingen bemesten voor de volgende snede. Het valt op dat het ‘ammoniaklicht’ in het voorjaar veel vaker op groen staat. Het lijkt dan ook logisch om de aanwending van drijfmest meer naar het voorjaar te schuiven. De kunstmest kan in dat geval eventueel later gegeven worden.

Goed aanwenden heeft effect

Bij drijfmestaanwending treedt vervluchtiging van ammoniak op. De hoeveelheid hangt af van de aanwendingstechniek en van het weer. In de Proeftuin wordt geëxperimenteerd met verdunnen van mest met water, maar we proberen ook het moment van aanwenden zoveel mogelijk te sturen naar gunstig weer. Dat betekent niet te warm en geen zonnig, ‘scherp drogend’ weer. Uit ervaring blijkt dat het in het voorjaar vaker gunstig is voor mestaanwending dan in de zomer. De temperatuur is dan natuurlijk wat lager.

Kies je beste mestmoment

De pilotboeren onderzoeken of het voordelen biedt om de aanwending van drijfmest meer naar het voorjaar te schuiven en die van kunstmest wat later te plannen. Dat houdt de jaargift van stikstof in principe ongeveer gelijk, maar beperkt de ammoniakemissie. Men kan er zelfs voor kiezen om in de loop van het jaar wat kunstmest in de zak te houden. Bij deze strategie moet wel rekening worden gehouden met andere aspecten. Omdat er eerder wordt gestopt met mestaanwending en de putten in de zomer dus niet meer leeg raken, zal er wellicht meer mestopslag nodig zijn. Bovendien heeft te vroeg bemesten mogelijk extra uitspoeling tot gevolg. Het risico op extra uitspoeling kan beperkt blijven door in de eerste snede gedeelde giften te geven (dus niet alles in een keer uitrijden). Kortom, het gaat om bedrijfsmatig optimaliseren en zo goed mogelijk inspelen op het weer.

Ter voorbereiding op volgend jaar worden verkennende berekeningen uitgevoerd met doorkijk naar een praktijkexperiment bij de pilotboeren.

Bovenwettelijke ammoniakreductie vastleggen via AERIUS

Proeftuin Veenweiden wil bijdragen aan 40% reductie van ammoniakemissie in 2030. Dat is fors meer dan de wettelijke verplichting. Het ‘verzilveren’ van die bovenwettelijke inspanning door de melkveehouders kan alleen als er een goede rapportage en monitoring is van de gerealiseerde ammoniakreductie. Op 29 juni heeft de proeftuin in een workshop verkend of en hoe AERIUS hierbij een rol kan spelen.

AERIUS

Het rekeninstrument AERIUS is één van de pijlers van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). AERIUS kent een drietal onderdelen. AERIUS Calculator berekent de emissie van stikstof als gevolg van economische activiteiten en de depositie op Natura 2000-gebieden. AERIUS Register gebruiken overheden voor het beheren van (de uitgifte van) de ontwikkelingsruimte van de PAS. Register is als het ware het huishoudboekje van de PAS. AERIUS Monitor volgt de uitvoering en resultaten van de PAS en geeft onder meer inzicht in de trend van de stikstofdepositie en de beschikbare depositie- en ontwikkelingsruimte.

AERIUS

Veldmaatregelen

Kan AERIUS ook uit de voeten met maatregelen in het veld? Zoals met water verdund uitrijden van mest of uitrijden onder optimale weersomstandigheden? Ja, dat kan! AERIUS beperkt zich niet tot de stal, maar kan ook emissies op perceelniveau doorrekenen en vastleggen. Dit is belangrijk omdat veldemissies soms meer dan 50% van de totale bedrijfsemissies kunnen uitmaken. Zeer emissiearm mestuitrijden nabij een N2000 gebied kan dan veel meer impact hebben dan een hele dure stalaanpassing. Afgesproken is om na de zomer samen met het team van AERIUS en een aantal pilotboeren een workshop te organiseren om zowel veld- als stalemissies van de pilotbedrijven door te rekenen

Voer- en management maatregelen

AERIUS is ook in te zetten voor voer- en managementmaatregelen, zoals verlagen van het ruw eiwit gehalte, minder jongvee en extra weidegang. Op dit moment gebeurt dat in AERIUS al via weidegang en ureumgehalte. Het doorrekenen van een combinatie van voer- en managementmaatregelen via het verlagen van de TAN (TotaalAmmoniakaalStikstof) op bedrijfsniveau is ook in te bouwen in AERIUS. De data uit de Centrale Database van de kringloopwijzer zijn hiervoor een goede bron. Technisch is het in elk geval mogelijk. AERIUS adviseert hierbij wel om goed het beleid stap voor stap mee te nemen. Afgesproken is dat Proeftuin Veenweiden hierin nauw gaat samenwerken met de Proeftuin Natura2000 die actief is in Overijssel en Drenthe.

Gebiedsaanpak

Ook als het gaat om het doorrekenen en monitoren van de maatregelen op een groot aantal melkveebedrijven tegelijkertijd in bepaald gebied, weet AERIUS raad. Want AERIUS kan grote aantallen bedrijven ineens doorrekenen, zelfs het hele westelijke veenweide gebied. De Centrale Database van de kringloopwijzer kan ook hierbij worden gebruikt als input. De conclusie is dan ook dat AERIUS goed past bij de ambities van de Proeftuin. Het komende halfjaar gaan we daar concreet mee aan de slag.

Meer weten?

Mail naar Leo Joosten (Joosten@ORG-ID.ORG) of Gerard Migchels (gerard.migchels@wur.nl)

Minder ammoniakuitstoot door ander beweidingssysteem

Wouter Beukeboom, pilotboer in Proeftuin Veenweiden gooit zijn beweidingssysteem radicaal om. De reden? Achterblijvende grasopbrengst waardoor hij minder dagen kon beweiden en extra moest voeren. Allemaal factoren die de niet goed zijn voor de ammoniakuitstoot!

Van standweiden naar roterend standweiden

Met zijn 3 melkrobots volgde hij al jaren het standweiden systeem in twee blokken. Met de inzichten die hij in de Proeftuin heeft opgedaan, gaat Wouter voor een andere aanpak heeft hij gekozen voor het systeem van Roterend Standweiden in drie blokken. Hiervoor gebruikt hij de hele huiskavel, waarbij elk blok weer is onderverdeeld in 4 à 5 percelen. De koeien keken er wel even van op. Voorheen hadden ze flink de ruimte en nu moeten ze het met één perceel doen. Voordeel is wel dat ze elke dag vers gras te vreten krijgen.

Roterend Standweiden

Beweidingssysteem: Roterend Standweiden

 

Graslengte op pijl

De melkkoeien krijgen elke dag een ander perceel en na 3 weken (ongeveer 4 – 5 rondjes) gaan ze naar een nieuw blok, ook weer onderverdeeld in 4 à 5 percelen. Terwijl één blok 3 weken lang wordt gebruikt voor het grazen, hebben de andere twee blokken ook hun bestemming: 1 blok wordt 3 weken vrijgehouden en daarna gemaaid. En 1 blok, waar net gemaaid is, kan 3 weken groeien om daarna de koeien te kunnen inscharen.

Koeien in de wei

De uitdaging van het systeem is om de graslengte in het beweidingsblok op peil te houden door te sturen met bijvoeding en het aantal weide-uren. Belangrijk is dat het gras niet te kort wordt, in verband met de hergroei.

Wouter is heel tevreden met zijn nieuwe systeem. De koeien gaan graag naar buiten, maar weten op tijd ook de robot weer te vinden. Daarnaast lukt het prima om de groei in het gras te houden en de koeien ongeveer 5 kg ds aan vers gras te laten vreten.

Experimenten op eigen bedrijf inspireren pilotboeren en adviseurs

Experimenten met bemesten, maaien en mineralisatie in Proeftuin Veenweiden leveren nieuwe inzichten en ideeën op. Wat werkt op je eigen bedrijf en wat niet? Tijdens de masterclass op 8 juni gingen pilotboeren en hun begeleiders daarover met elkaar in gesprek en werden vervolgkansen en mogelijkheden voor beloning van succesvolle ammoniakreductie bekeken.

Op de agenda van de masterclass op 8 juni met pilotboeren en begeleiders van Proeftuin Veenweiden stonden drie belangrijke onderwerpen:

  1. Experimenten

De experimenten zijn in volle gang en nog niet alle resultaten zijn bekend. Maar de eerste uitslagen van oriënterende experimenten laten goed zien waar de pilotbedrijven mee bezig zijn en wat de eerste metingen aan gegevens hebben opgeleverd. Die werden samen met inzichten, nuances of vragen met elkaar gedeeld:

  • Er zijn nog veel vragen over het effect van aanvulling van KAS met zwavel op de grasopbrengst. Als er geen gunstig effect is op gras, laten we het net zo lief weg. Want de zwavel verhoogt de mineralisatie, wat in het veengebied niet handig is: bodemdaling!
  • Dit jaar kwam het geweldig goed uit om eind april/begin mei een week te wachten met maaien. De opbrengst steeg niet alleen met 30%, ook het ruw eiwit ging fors omhoog.
  • Het is onbegrijpelijk als je nu nog kiest om drijfmest onverdund uit te rijden! Zeker met sleepslangen is onverdund uitrijden een gemiste kans voor open doel.
  • Het zou niet verkeerd zijn om ons als boeren en adviseurs meer te verdiepen in weersverwachtingen en weersvoorspellingen. Daar kun je veel aan hebben.
  • Ongelooflijk dat je met baggerspuiten zóveel water op het land brengt! Geen wonder dat het helpt bij de grasopbrengst in droge tijden.
  • Mineralisatie houdt ons allemaal bezig. Iedereen heeft er een idee over, maar wat weten we nou echt en wat kunnen we ermee?
  1. Extra ammoniakreductie belonen

Borgen en belonen is een van de drie sporen van Proeftuin Veenweiden. Gerard Migchels werkt binnen de proeftuin aan maatwerk pakketten voor het verzilveren van ammoniakreducerende matregelen zodat de verbeteringen die melkveehouders doorvoeren op hun bedrijf, ook iets opleveren. Hij presenteerde de voortgang van de ammoniakreductie in de Proeftuin en de dwarsverbanden met andere milieudoelstellingen, zoals nitraat en broeikasgassen. De pilotboeren zijn het erover eens dat we de bovenwettelijke reductie niet moeten verkopen maar benutten voor de ontwikkeling van de sector.

Experimenten op eigen bedrijf inspireren pilotboeren en adviseurs

  1. Optimaal beweiden

Wim Honkoop, beweidingscoach van PPP-Agro Advies geeft een workshop beweiding aan de hand van het bedrijf van Wouter Beukeboom. Beweiden is goed voor ammoniakreductie, maar daarbij is het wel van belang om de mineralen optimaal te blijven benutten. Dit betekent zoveel mogelijk vers gras voor de koeien met zo min mogelijk verliezen en zoveel mogelijk melk.

Gepaste bijvoeding maakt continu beweiden mogelijk

In Proeftuin Veenweiden experimenteren deelnemers met weidegang. Want in de wei vallen mest en urine niet op dezelfde plek en dat levert merkbaar minder ammoniak op. Maar hoe kun je optimaal beweiden? Zodat de koe genoeg te vreten heeft, voldoende melk produceert én de wei mooi glad graast?

Voorwaarden voor optimaal beweiden

Voor optimaal beweiden moeten twee belangrijke voorwaarden aanwezig zijn:

  • De koe moet met ‘gepaste’ honger naar buiten gaan
  • De koe moet elke dag vers gras en een nieuw perceel krijgen

Gepaste honger zorgt ervoor dat de honger van de koe overeenkomt met de hoeveelheid gras die in de weide beschikbaar is. Deze honger van de koe kan de boer zelf sturen door de hoeveelheid bijvoeding op stal. Het overige deel van haar behoefte kan de koe zelf ophalen in het land.

Een koe kan per dag ongeveer 15 kg ds uit ruwvoer opnemen. Stel dat ze in dit voorbeeld de helft uit weidegras haalt. Een koppel van 100 melkkoeien heeft dan per dag 750 kg ds vers gras nodig. Als in het beweidingsperceel ongeveer 1.500 kg ds/ha beschikbaar is, dan heeft dit koppel koeien elke dag 0,5 ha nodig. Wanneer de grasgroei 75 kg ds per dag is, dan heeft het gras 20 dagen nodig om te hergroeien naar de 1.500 kg ds /ha. Alles bij elkaar hebben deze 100 melkkoeien dan ruim 10 ha nodig (20 dagen x 0,5 ha).

Weidegang bij pilotboer Plomp, Proeftuin Veenweiden

Gepaste honger door gepaste bijvoeding

In de praktijk staat het aantal beschikbare ha vaak vast en fluctueert de grasgroei, afhankelijk van het seizoen en de weersomstandigheden. De manier om dit steeds passend te maken, is de hoeveelheid bijvoeding bij te sturen. Stel dat er 10 ha beschikbaar is voor beweiding en de hergroei daalt naar 50 kg ds per ha per dag. Dan is er 500 kg ds per dag beschikbaar. Per koe is dat 5 kg ds per dag. Er moet dan dus 10 kg ds per dag op stal worden bijgevoerd om ‘rond te komen’.

Sturen op perceelgrootte

Naast het aanpassen van de hoeveelheid bijvoeding kan ook het aantal ha worden aangepast. In bovenstaande situatie, waarbij de groei terugvalt van 75 naar 50 kg ds per dag, kan ook het beweidingsareaal worden vergroot van 10 ha naar 15 ha (1.500 kg ds beschikbaar / 50 kg ds groei = 30 dagen groei nodig; 30 dagen x 0,5 ha per dag = 15 ha)

Door de melkkoeien met gepaste honger naar buiten te sturen, kan er continu worden beweid, zonder dat dit ten koste gaat van de melkproductie.

Weidegang in Proeftuin Veenweiden