Bovenwettelijke ammoniakreductie vastleggen via AERIUS

Proeftuin Veenweiden wil bijdragen aan 40% reductie van ammoniakemissie in 2030. Dat is fors meer dan de wettelijke verplichting. Het ‘verzilveren’ van die bovenwettelijke inspanning door de melkveehouders kan alleen als er een goede rapportage en monitoring is van de gerealiseerde ammoniakreductie. Op 29 juni heeft de proeftuin in een workshop verkend of en hoe AERIUS hierbij een rol kan spelen.

AERIUS

Het rekeninstrument AERIUS is één van de pijlers van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). AERIUS kent een drietal onderdelen. AERIUS Calculator berekent de emissie van stikstof als gevolg van economische activiteiten en de depositie op Natura 2000-gebieden. AERIUS Register gebruiken overheden voor het beheren van (de uitgifte van) de ontwikkelingsruimte van de PAS. Register is als het ware het huishoudboekje van de PAS. AERIUS Monitor volgt de uitvoering en resultaten van de PAS en geeft onder meer inzicht in de trend van de stikstofdepositie en de beschikbare depositie- en ontwikkelingsruimte.

AERIUS

Veldmaatregelen

Kan AERIUS ook uit de voeten met maatregelen in het veld? Zoals met water verdund uitrijden van mest of uitrijden onder optimale weersomstandigheden? Ja, dat kan! AERIUS beperkt zich niet tot de stal, maar kan ook emissies op perceelniveau doorrekenen en vastleggen. Dit is belangrijk omdat veldemissies soms meer dan 50% van de totale bedrijfsemissies kunnen uitmaken. Zeer emissiearm mestuitrijden nabij een N2000 gebied kan dan veel meer impact hebben dan een hele dure stalaanpassing. Afgesproken is om na de zomer samen met het team van AERIUS en een aantal pilotboeren een workshop te organiseren om zowel veld- als stalemissies van de pilotbedrijven door te rekenen

Voer- en management maatregelen

AERIUS is ook in te zetten voor voer- en managementmaatregelen, zoals verlagen van het ruw eiwit gehalte, minder jongvee en extra weidegang. Op dit moment gebeurt dat in AERIUS al via weidegang en ureumgehalte. Het doorrekenen van een combinatie van voer- en managementmaatregelen via het verlagen van de TAN (TotaalAmmoniakaalStikstof) op bedrijfsniveau is ook in te bouwen in AERIUS. De data uit de Centrale Database van de kringloopwijzer zijn hiervoor een goede bron. Technisch is het in elk geval mogelijk. AERIUS adviseert hierbij wel om goed het beleid stap voor stap mee te nemen. Afgesproken is dat Proeftuin Veenweiden hierin nauw gaat samenwerken met de Proeftuin Natura2000 die actief is in Overijssel en Drenthe.

Gebiedsaanpak

Ook als het gaat om het doorrekenen en monitoren van de maatregelen op een groot aantal melkveebedrijven tegelijkertijd in bepaald gebied, weet AERIUS raad. Want AERIUS kan grote aantallen bedrijven ineens doorrekenen, zelfs het hele westelijke veenweide gebied. De Centrale Database van de kringloopwijzer kan ook hierbij worden gebruikt als input. De conclusie is dan ook dat AERIUS goed past bij de ambities van de Proeftuin. Het komende halfjaar gaan we daar concreet mee aan de slag.

Meer weten?

Mail naar Leo Joosten (Joosten@ORG-ID.ORG) of Gerard Migchels (gerard.migchels@wur.nl)

Minder ammoniakuitstoot door ander beweidingssysteem

Wouter Beukeboom, pilotboer in Proeftuin Veenweiden gooit zijn beweidingssysteem radicaal om. De reden? Achterblijvende grasopbrengst waardoor hij minder dagen kon beweiden en extra moest voeren. Allemaal factoren die de niet goed zijn voor de ammoniakuitstoot!

Van standweiden naar roterend standweiden

Met zijn 3 melkrobots volgde hij al jaren het standweiden systeem in twee blokken. Met de inzichten die hij in de Proeftuin heeft opgedaan, gaat Wouter voor een andere aanpak heeft hij gekozen voor het systeem van Roterend Standweiden in drie blokken. Hiervoor gebruikt hij de hele huiskavel, waarbij elk blok weer is onderverdeeld in 4 à 5 percelen. De koeien keken er wel even van op. Voorheen hadden ze flink de ruimte en nu moeten ze het met één perceel doen. Voordeel is wel dat ze elke dag vers gras te vreten krijgen.

Roterend Standweiden

Beweidingssysteem: Roterend Standweiden

 

Graslengte op pijl

De melkkoeien krijgen elke dag een ander perceel en na 3 weken (ongeveer 4 – 5 rondjes) gaan ze naar een nieuw blok, ook weer onderverdeeld in 4 à 5 percelen. Terwijl één blok 3 weken lang wordt gebruikt voor het grazen, hebben de andere twee blokken ook hun bestemming: 1 blok wordt 3 weken vrijgehouden en daarna gemaaid. En 1 blok, waar net gemaaid is, kan 3 weken groeien om daarna de koeien te kunnen inscharen.

Koeien in de wei

De uitdaging van het systeem is om de graslengte in het beweidingsblok op peil te houden door te sturen met bijvoeding en het aantal weide-uren. Belangrijk is dat het gras niet te kort wordt, in verband met de hergroei.

Wouter is heel tevreden met zijn nieuwe systeem. De koeien gaan graag naar buiten, maar weten op tijd ook de robot weer te vinden. Daarnaast lukt het prima om de groei in het gras te houden en de koeien ongeveer 5 kg ds aan vers gras te laten vreten.

Experimenten op eigen bedrijf inspireren pilotboeren en adviseurs

Experimenten met bemesten, maaien en mineralisatie in Proeftuin Veenweiden leveren nieuwe inzichten en ideeën op. Wat werkt op je eigen bedrijf en wat niet? Tijdens de masterclass op 8 juni gingen pilotboeren en hun begeleiders daarover met elkaar in gesprek en werden vervolgkansen en mogelijkheden voor beloning van succesvolle ammoniakreductie bekeken.

Op de agenda van de masterclass op 8 juni met pilotboeren en begeleiders van Proeftuin Veenweiden stonden drie belangrijke onderwerpen:

  1. Experimenten

De experimenten zijn in volle gang en nog niet alle resultaten zijn bekend. Maar de eerste uitslagen van oriënterende experimenten laten goed zien waar de pilotbedrijven mee bezig zijn en wat de eerste metingen aan gegevens hebben opgeleverd. Die werden samen met inzichten, nuances of vragen met elkaar gedeeld:

  • Er zijn nog veel vragen over het effect van aanvulling van KAS met zwavel op de grasopbrengst. Als er geen gunstig effect is op gras, laten we het net zo lief weg. Want de zwavel verhoogt de mineralisatie, wat in het veengebied niet handig is: bodemdaling!
  • Dit jaar kwam het geweldig goed uit om eind april/begin mei een week te wachten met maaien. De opbrengst steeg niet alleen met 30%, ook het ruw eiwit ging fors omhoog.
  • Het is onbegrijpelijk als je nu nog kiest om drijfmest onverdund uit te rijden! Zeker met sleepslangen is onverdund uitrijden een gemiste kans voor open doel.
  • Het zou niet verkeerd zijn om ons als boeren en adviseurs meer te verdiepen in weersverwachtingen en weersvoorspellingen. Daar kun je veel aan hebben.
  • Ongelooflijk dat je met baggerspuiten zóveel water op het land brengt! Geen wonder dat het helpt bij de grasopbrengst in droge tijden.
  • Mineralisatie houdt ons allemaal bezig. Iedereen heeft er een idee over, maar wat weten we nou echt en wat kunnen we ermee?
  1. Extra ammoniakreductie belonen

Borgen en belonen is een van de drie sporen van Proeftuin Veenweiden. Gerard Migchels werkt binnen de proeftuin aan maatwerk pakketten voor het verzilveren van ammoniakreducerende matregelen zodat de verbeteringen die melkveehouders doorvoeren op hun bedrijf, ook iets opleveren. Hij presenteerde de voortgang van de ammoniakreductie in de Proeftuin en de dwarsverbanden met andere milieudoelstellingen, zoals nitraat en broeikasgassen. De pilotboeren zijn het erover eens dat we de bovenwettelijke reductie niet moeten verkopen maar benutten voor de ontwikkeling van de sector.

Experimenten op eigen bedrijf inspireren pilotboeren en adviseurs

  1. Optimaal beweiden

Wim Honkoop, beweidingscoach van PPP-Agro Advies geeft een workshop beweiding aan de hand van het bedrijf van Wouter Beukeboom. Beweiden is goed voor ammoniakreductie, maar daarbij is het wel van belang om de mineralen optimaal te blijven benutten. Dit betekent zoveel mogelijk vers gras voor de koeien met zo min mogelijk verliezen en zoveel mogelijk melk.

Gepaste bijvoeding maakt continu beweiden mogelijk

In Proeftuin Veenweiden experimenteren deelnemers met weidegang. Want in de wei vallen mest en urine niet op dezelfde plek en dat levert merkbaar minder ammoniak op. Maar hoe kun je optimaal beweiden? Zodat de koe genoeg te vreten heeft, voldoende melk produceert én de wei mooi glad graast?

Voorwaarden voor optimaal beweiden

Voor optimaal beweiden moeten twee belangrijke voorwaarden aanwezig zijn:

  • De koe moet met ‘gepaste’ honger naar buiten gaan
  • De koe moet elke dag vers gras en een nieuw perceel krijgen

Gepaste honger zorgt ervoor dat de honger van de koe overeenkomt met de hoeveelheid gras die in de weide beschikbaar is. Deze honger van de koe kan de boer zelf sturen door de hoeveelheid bijvoeding op stal. Het overige deel van haar behoefte kan de koe zelf ophalen in het land.

Een koe kan per dag ongeveer 15 kg ds uit ruwvoer opnemen. Stel dat ze in dit voorbeeld de helft uit weidegras haalt. Een koppel van 100 melkkoeien heeft dan per dag 750 kg ds vers gras nodig. Als in het beweidingsperceel ongeveer 1.500 kg ds/ha beschikbaar is, dan heeft dit koppel koeien elke dag 0,5 ha nodig. Wanneer de grasgroei 75 kg ds per dag is, dan heeft het gras 20 dagen nodig om te hergroeien naar de 1.500 kg ds /ha. Alles bij elkaar hebben deze 100 melkkoeien dan ruim 10 ha nodig (20 dagen x 0,5 ha).

Weidegang bij pilotboer Plomp, Proeftuin Veenweiden

Gepaste honger door gepaste bijvoeding

In de praktijk staat het aantal beschikbare ha vaak vast en fluctueert de grasgroei, afhankelijk van het seizoen en de weersomstandigheden. De manier om dit steeds passend te maken, is de hoeveelheid bijvoeding bij te sturen. Stel dat er 10 ha beschikbaar is voor beweiding en de hergroei daalt naar 50 kg ds per ha per dag. Dan is er 500 kg ds per dag beschikbaar. Per koe is dat 5 kg ds per dag. Er moet dan dus 10 kg ds per dag op stal worden bijgevoerd om ‘rond te komen’.

Sturen op perceelgrootte

Naast het aanpassen van de hoeveelheid bijvoeding kan ook het aantal ha worden aangepast. In bovenstaande situatie, waarbij de groei terugvalt van 75 naar 50 kg ds per dag, kan ook het beweidingsareaal worden vergroot van 10 ha naar 15 ha (1.500 kg ds beschikbaar / 50 kg ds groei = 30 dagen groei nodig; 30 dagen x 0,5 ha per dag = 15 ha)

Door de melkkoeien met gepaste honger naar buiten te sturen, kan er continu worden beweid, zonder dat dit ten koste gaat van de melkproductie.

Weidegang in Proeftuin Veenweiden

Verzilveren bovenwettelijke ammoniakreductie

Proeftuin Veenweiden werkt aan het fors reduceren van ammoniakemissie. Inzet is in elk geval een reductie van 25% tijdens de duur van het project bij de pilotboeren. Het voordeel voor de natuur is duidelijk: 25% minder emissie is ook 25% minder depositie. Maar wat is nu het voordeel voor de deelnemende melkveehouder?

Voldoen aan wettelijke verplichtingen

Melkveehouders kunnen in de eerste plaats hun ammoniakreductie inzetten om te voldoen aan toekomstige wettelijke verplichtingen, met name vanuit de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Denk hierbij aan het uitrijden van met water verdunde mest als alternatief bij een verbod van de sleepvoet. Maar ook voermaatregelen die in de toekomst gaan vallen onder de PAS.
In de tweede plaats kan de ammoniakreductie gebruikt worden om te voldoen aan de eisen vanuit een NB-wetvergunning of een Omgevingsvergunning, al dan niet in het kader van bedrijfsuitbreiding.

Bovenwettelijke inspanningen

Alles wat melkveehouders nog meer doen is bovenwettelijk. Dat is mooi, maar levert dat ook nog wat op? De Proeftuin werkt aan mogelijkheden om bovenwettelijke inspanningen te verzilveren. Reductie van ammoniakemissie is namelijk ook interessant voor industrie/(lucht)havens, zuivelketens of waterschappen. Ook zij moeten hun emissies verminderen tegen veelal hoge kosten. Is er dan een deal mogelijk met de melkveehouderij? En hoe kunnen we dat verzilveren?

Maatwerk-pakketten ter verzilvering

De afgelopen tijd is gewerkt aan het in beeld brengen van de effecten en de kosten/baten van een groot aantal maatregelen. Die hebben we gebundeld tot samenhangende pakketten: een aantal ‘harde’ pakketten met fysieke maatregelen in de stal (met een ammoniakreductie van 15-20%) en een aantal ‘zachte’ managementpakketten (met een ammoniakreductie van 30-40%). De ‘harde’ pakketten vallen het duurst uit en de ‘zachte’ pakketten het goedkoopst en soms leveren ze zelfs geld op.

Sommige maatregelen hebben niet alleen een positief effect op ammoniakemissie maar dragen ook bij aan schoner (oppervlakte)water, minder bodemdaling, minder CO2 emissie, meer biodiversiteit en extra weidegang. Ook die aspecten zijn mogelijk interessant voor externe partijen en kunnen potentieel worden verzilverd. Daarom zijn er ook een aantal integrale pakketten samengesteld:

Pakket voor Wensen / doelen Pakketten
Industrie, (lucht)havens, wegverkeer Gegarandeerde langjarige reductie ammoniakemissie en CO2-uitstoot
  • Stal pakketten
  • Managementpakketten
Waterschappen Minder bodemdaling
Schoner oppervlaktewater
  • Integrale pakketten
  • Onderwaterdrainage
Zuivelketens Extra weidegang
  • Extra weidegang
Zuid-Hollandse Milieufederatie Emissiehandel via een stikstofbank
  • Werkbare pakketten voor “stikstofbank”

De komende tijd gaan we met een groot aantal partijen uit dit overzicht rond de tafel om te kijken welke mogelijkheden zij zien tot verzilvering. In volgende nieuwsberichten werken we steeds één maatwerkpakket verder uit en lichten we dat toe.

Borgen, monitoren en rapportage

Bovenwettelijke inspanningen verzilveren kan alleen via goede borging, monitoring en rapportage. De Proeftuin zou hiervoor graag hetzelfde systeem als voor de NB-wetvergunning gebruiken. Daarom gaan we binnenkort met de ontwikkelaars van Aerius om tafel, om aan te kunnen sluiten bij een bestaand wettelijk geborgd systeem dat degelijk in elkaar steekt.

Voor meer informatie of vragen

Mail naar:

21 juni: Demodag Ammoniak

Proeftuin Natura 2000 houdt op woensdag 21 juni een Demodag Ammoniak in Lemelerveld. Tijdens deze dag krijgen melkveehouders meer inzicht en praktische handvatten aangereikt voor het verminderen van ammoniakemissie op hun bedrijf.

Het deelproject Proef op de Som van Proeftuin Natura2000 organiseert deze Demodag om de activiteiten met haar deelnemers, afkomstig uit acht provincies, af te sluiten. De dag staat open voor iedereen die geïnteresseerd is.

Aanmelden kan via www.proeftuinnatura2000.nl.

Voor meer info zie:
www.ltonoord.nl

Goed melken met laag ruw eiwit in rantsoen

Sinds het begin van de winter heeft pilotboer Richard Korrel van Proeftuin Veenweiden in goed overleg met zijn voeradviseur gewerkt aan verlaging van het ruw eiwit niveau in zijn rantsoen. Aan het einde van de winterperiode lag het gemiddelde in het melkveerantsoen op 149 gram ruw eiwit per kg droge stof. Voor de verse koeien werd dit nog aangevuld met brok in de voercomputer, maar de gemiddelde veestapel moest het hier mee doen. En de melkgift? Die bleek 28-29 kg melk per koe per dag met een eiwitgehalte van ca. 3,60%.

Ammoniakemissie beperken

Om de ammoniak emissie te beperken was één van de maatregelen op het pilotbedrijf van familie Korrel het verlagen van het ruw eiwit in het rantsoen. Voorwaarde was wel dat de melkproductie gelijk zou blijven. Naast het melkveerantsoen is ook kritisch gekeken naar het rantsoen van het jongvee en de droge koeien. Bij het jongvee is bewust gekozen voor kuilgras met een lager ruw eiwit gehalte. En voor de droge koeien: stro met brok! Dit kon prima omdat er toch ruwvoer aangekocht moest worden.

Graskuil van Pilotboer KorrelPrima melkproductie

Na een goede winter, zijn de koeien op 21 maart voor de ogen van heel Nederland naar buiten gegaan. Al vrij snel is de weidegang opgebouwd naar de hele dag weiden en met de snelle grasgroei in het vroege voorjaar werd een opname gerealiseerd van 7 kg droge stof per koe per dag uit weidegras (= het halve rantsoen!) En de koeien lieten meteen het resultaat zien: een melkproductie tot 33 kg per dier per dag met 3,60% eiwit in de melk.

Koeien de wei in bij Pilotboer Richard Korrel

Succesvolle maatregel

Al met al is de melkproductie in het afgelopen jaar hoger dan twee jaar geleden in dezelfde periode. En dat met beduidend minder eiwit in het rantsoen. Kortom: een tevreden melkveehouder èn een lagere ammoniakemissie!

Smalle weegbree multifunctioneel kruid

Kruiden in het grasland dragen bij aan een stabielere graslandproductie, mineralenvoorziening en diergezondheid. Daarnaast kan een kruid als smalle weegbree ook de ammoniak emissie van koeien verminderen, en heeft het mogelijk invloed op de nitrificatie van stikstof in de bodem. Dit voorjaar is een uitgebreid proefveld met smalle weegbree ingezaaid, waarin opbrengsten, voederwaarden en bodemstikstofgehalten worden bepaald. Dit onderzoek is onderdeel van Proeftuin Veenweiden.

Effect op bodem en nitraatvorming

Smalle weegbree multifunctioneel kruidKruiden zoals smalle weegbree produceren zogenoemde secundaire metabolieten. Dit zijn stofjes die bijvoorbeeld een remmende werking hebben op de omzetting van ammonium naar nitraat door bacteriën in de bodem, en op ammoniaproductie door bacteriën in de pens. Uit een eerste proef, waarin veengrond was overgebracht naar gecontroleerde omstandigheden in een kas, blijkt dat smalle weegbree in combinatie met Engels raaigras een net zo hoge droge stof en hogere eiwitopbrengst kan geven als alleen Engels raaigras. Na afloop van de 23 weken durende proef werd de potentiële omzetting van ammonium naar nitraat van de bodem bepaald en bleek dit met smalle weegbree bijna 40% lager dan met alleen Engels raaigras. Nitraat spoelt makkelijker uit dan ammonium; het kan dus betekenen dat smalle weegbree kan bijdragen aan het verminderen van nitraat uitspoeling.

Effect op eiwitvertering

Uit recent Nieuw-Zeelands onderzoek blijkt dat melkkoeien op een perceel gemengd met gras, klaver, cichorei en smalle weegbree, meer melkeiwit produceerden en minder stikstof via urine en mest uitscheidden. Ook hier speelden specifieke secundaire metabolieten in smalle weegbree een rol. Hoewel in deze proeven koeien een overmaat aan eiwit opnamen (wat met de grasrijke rantsoenen in Nieuw-Zeeland vaker het geval is), bieden deze onderzoeksresultaten ook zeker perspectief voor Nederlandse veenweide melkveehouders vanwege de relatief hoge eiwitgehalten van veenweide gras.

Meer weten?

Mail naar Jeroen Pijlman (j.pijlman@louisbolk.nl) of Nick van Eekeren (n.vaneekeren@louisbolk.nl)

Experiment voor het beste maaimoment

Melkveehouder Mattias Verhoef uit Brandwijk heeft de eerste snede inmiddels al weer even onder het plastic zitten. Als een van de 10 pilotboeren in de Proeftuin Veenweiden probeert hij met meer weidegang en een optimaal rantsoen de ammoniak uitstoot op zijn bedrijf met 25% te verminderen. Maar voor een optimaal rantsoen is de juiste kwaliteit kuilgras wel essentieel.

Experiment bij pilotboer Mattias Verhoef

Om meer zicht te krijgen op het juiste maaimoment is ook bij Mattias een experiment opgezet. Drie weken achter elkaar werden in zijn maaipercelen de opbrengst en gehalten gemeten van het verse gras. In onderstaande tabel staan de uitslagen van de analyses. In dit geval letten we vooral op de hoeveel eiwit in het gras en de vorm van dit eiwit.

Tabel: Analyse gegevens van 3 vers gras monsters

Analyse gegevens van 3 vers gras monsters

DVE/OEB

Voor een maximale benutting van eiwit uit het gras moet het gras ook over de juiste vorm van eiwit beschikken. Hierbij moet de verhouding tussen de onbestendig eiwit balans (OEB) en darm verteerbaar eiwit (DVE) in balans zijn. Voor deze DVE : OEB verhouding geldt een optimum van 9 : 1 in het rantsoen. Met een lagere verhouding kan de pens niet optimaal werken doordat er teveel onbestendig eiwit is ten opzichte van energie. Dit kan niet allemaal worden benut en dat leidt tot stikstof verliezen en een hogere ammoniak uitstoot. Als de verhouding te hoog is (een tekort aan onbestendig eiwit t.o.v. energie) kan de pens het rantsoen niet goed omzetten en komt de melkproductie onder druk te staan.

Koude nachten en zonnige dagen

Zoals in de analyses is te zien, is de verhouding tussen DVE en OEB eind april 22,5 : 1. Dit komt omdat het gras traag gegroeid is door de kou, waardoor stikstof uit de bodem en de mest langzaam beschikbaar komt. Daarnaast is het suikergehalte in het gras erg hoog wat resulteert in een lagere OEB. Het hoge suikergehalte komt door een combinatie van zonnige dagen (veel suikervorming) en koude nachten (weinig suikeromzetting).

Pilotboer Verhoef, Brandwijk

Warme dagen, snelle grasgroei

Na 28 april wordt het snel warmer, het gras staat in de startblokken en schiet nu de grond uit. Doordat de stikstof uit mest en bodem in deze warme week goed beschikbaar komt voor de plant kan eiwit worden gevormd. Dit eiwit bestaat met name uit onbestendig eiwit, wat resulteert in een verhouding tussen DVE en OEB van 4,3 : 1! Duidelijk te laag dus.

Veel gras, weinig eiwit

Door de afname van het eiwitgehalte neemt ook het gehalte aan DVE en OEB af. Hierdoor komt de verhouding tussen DVE en OEB op 17,5 : 1. Nu niet meer vanwege een overmaat aan snelle energie maar vooral door een tekort aan onbestendig eiwit. De snelle grasgroei zorgt wel voor veel gras maar niet voor het beste gras voor wat betreft het eiwit.

Wanneer maaien?

Als we naar de verhouding tussen DVE en OEB kijken is het niet eenvoudig om het juiste maaimoment te bepalen. Terwijl we een eind april nog te veel snelle energie hebben, slaat dit een week later om naar een overmaat aan onbestendig eiwit. De snelle grasgroei vanaf dat moment zorgt binnen een week alweer voor een tekort aan eiwit in het gras voor een optimaal rantsoen.

De les:

Het mag duidelijk zijn dat het moment van maaien een ontzettend groot effect heeft op de kwaliteit van het gras dat wordt geoogst. Naarmate het rantsoen voor een groter deel uit (eigen) gras bestaat is het belang van de verhouding DVE/OEB belangrijker omdat dit minder door aangekocht ruwvoer (bijvoorbeeld snijmais) gecorrigeerd kan worden. Uit dit experiment blijkt dat de wisselende temperaturen het extra moeilijk maakten om op de DVE/OEB verhouding te sturen.

Hoe pakt deze verhouding voor uw graskuil uit?

Experiment mest verdunnen in het voorjaar

Bij twee pilotboeren, Jaap Schep en Wouter Beukeboom van Proeftuin Veenweiden zijn oriënterende experimenten gedaan met verschillende verdunningen van drijfmest in het voorjaar. Het doel was om het effect van mestverdunning te meten op grasopbrengst en grassamenstelling.

De les tot nu toe

Verdunnen bij het aanwenden van drijfmest in het voorjaar levert extra gras op, maar het vochtgehalte van de bodem in combinatie met (veel) neerslag vlak na aanwending kunnen het effect van verdunnen tenietdoen door afspoeling.

pilotbedrijf Schep: Mestverdunning en mest uitrijden

Bij Jaap Schep is 14 ha grasland, in 3 blokken verdeeld. Op elk blok is de drijfmest in verschillende mate gemengd met water. Op 13 maart is drijfmest uitgereden (ongeveer 30 kuub per ha) in 3 verschillende verdunningen:

  • 1 mest : 1 water
  • 2 mest : 1 water
  • 3 mest : 1 water

Op 28 april is de eerste snede geoogst en zijn er monsters genomen van het verse gras.
In onderstaande tabel de resultaten.

Tabel bedrijf Schep: Mestverdunning, grasopbrengst en samenstelling vers gras

Tabel bedrijf Schep: Mestverdunning, grasopbrengst en samenstelling vers gras

Wat zien we?

  • Hoogste droge stof opbrengst bij 2 mest en 1 water
  • Hoogste ruw eiwit opbrengst ook bij 2 mest en 1 water
  • Verdunning van 3 mest en 1 water blijft duidelijk achter voor wat betreft opbrengst in kg ds en ruw eiwit.

Soms gaat het mis…

Dat je ook te ver kunt gaan met verdunnen bleek duidelijk uit het experiment bij Wouter Beukeboom. Op 21 februari is op alle percelen al drijfmest aangewend. In het kader van de proef heeft ook Wouter 3 blokken van in totaal 15 ha met verschillende verdunningen bemest (zijn onderstaande tabel). In de twee dagen na 21 februari kwam er 18 en 15 mm regen naar beneden! Dat had afspoeling van de drijfmest tot gevolg, met name van de percelen met de hoogste verdunning. Dit is in onderstaande tabel duidelijk te zien.

Tabel bedrijf Beukeboom: Mestverdunning, grasopbrengst en samenstelling vers gras

Tabel bedrijf Beukeboom: Mestverdunning, grasopbrengst en samenstelling vers gras

Wat zien we?

  • Maximale verdunning geeft lagere opbrengst
  • Verdunning van 2,22 : 1 geeft hoogste opbrengst aan kg droge stof als ook aan totale kg ruw eiwit per ha.
  • Bij lage verdunning (3,8 : 1) is opbrengst duidelijk hoger, maar gehalte aan ruw eiwit blijft achter ten opzichte van hogere verdunningen.

Pilotboer Beukeboom - Mest uitrijden

Vervolg:

  • Voor de tweede snede wordt een zelfde experiment uitgevoerd om te zien welk effect het verdunnen van mest heeft verderop in het groeiseizoen.
  • Er wordt een nieuwsbericht voorbereid waarin we de kosten en baten van verdunnen tegen elkaar afwegen. Wat kost extra verdunnen van drijfmest en wat levert het op?