Vroeger baggeren?

Baggeren van veenweidesloten gebeurt vaak in de zomer. Met bagger komen nutriënten als stikstof op het land. De stikstof komt echter mogelijk pas in de herfst beschikbaar. Te laat om goed te benutten. De vraag is nu of baggeren in het voorjaar tot meer gewasproductie leidt en kunstmest bespaart. Hiertoe is een proef op KTC Zegveld uitgezet.

Sloten worden gebaggerd om het watervoerend vermogen op peil te houden. Dit baggeren heeft ook een groot positief effect op de waterkwaliteit. Want de nalevering van nutriënten uit de bagger vermindert en het water stroomt beter door, waardoor er ook meer zuurstof in het water zit. Dit is goed voor de aanwezige flora en fauna.

In de praktijk wordt in de zomerperiode de bagger met een baggerpomp uit de sloot gehaald en op bestaand grasland gebracht. De baggerpomp verdeelt deze bagger, vermengd met het meegezogen water over het perceel. Veehouders zijn doorgaans blij met deze bagger. Want samen met het water, komen ook meststoffen op het land. Extra water zorgt voor extra groei en de meststoffen ook. Maar mogelijk worden de extra meststoffen te laat in het jaar benut voor extra gewas en extra stikstof in het gewas. Die extra stikstof kan dan niet meer benut worden en gaat verloren.

Praktijkproef

Mogelijk kan vroeg in het jaar baggeren het genoemde nadeel ondervangen en ervoor zorgen dat de extra meststoffen wel worden benut. Dit zou kunnen leiden tot kunstmestbesparing en dus vermindering van de stikstofverliezen. Daarom wordt een proef uitgevoerd op KTC Zegveld om de extra stikstofwerking van baggeren in het voorjaar in beeld te krijgen. Een aantal proefveldjes is opgezet, waarbij onderscheid wordt gemaakt in veldjes met alleen bagger (50-65 m3/ha), alleen drijfmest (20-25 m3/ha), bagger + drijfmest, alleen kunstmest en geen bemesting. Naast analyse van gewasopbrengst, wordt ook het plantenbestand van de slootvakken in beeld gebracht.

In verband met negatieve effecten op fauna en flora van de sloten is het niet gewenst om in de periode van half maart tot 1 juni te baggeren. Deze proef is een pilotproef om de potentie van vroeger baggeren te screenen. Mocht blijken dat het een perspectiefvolle maatregel is dan is meer onderzoek nodig om de bemestende waarde beter te kunnen kwantificeren en om naar mogelijkheden te kijken om eventuele negatieve effecten t.a.v. de flora en fauna te beperken, b.v. door mozaïekbeheer.

De proef is gestart in het voorjaar van 2016. In de loop van 2016 zullen de eerste resultaten beschikbaar komen.

Lees meer

Pilotboeren bepalen hun koers

pilotboeren bepalen koersDe tien pilotboeren in de Proeftuin Veenweide zijn van start. De voorlopers hebben hun vizier gericht op het terugdringen van de ammoniakemissie op hun bedrijf en willen dit graag met hun begeleiders realiseren. Om doelgericht te werk te gaan is nodig om te weten wat het vertrekpunt is en het doel om naar toe werken. Met deze twee punten op de kaart kunnen ze hun route bepalen.

Vertrekpunt

Alle pilotboeren hebben een KringloopWijzer over de afgelopen drie jaren bijgehouden. Dit geeft inzicht in de loop van de mineralen op het bedrijf en de ammoniakemissie. Tijdens een eerste bedrijfsbezoek is vooral aandacht besteed aan de KringloopWijzer. Wat zijn de uitkomsten over de drie jaren? En wat is een ‘eerlijke’ uitgangssituatie voor het bedrijf? Eerlijk wil zeggen dat de het vertrekpunt op het bedrijf, dus nog voor dat de route naar het doel is bewandeld, goed in kaart is gebracht en in KringloopWijzer resultaten is uitgedrukt . Een voorbeeld hiervan is het aanwenden van meer of minder drijfmest. Door het ene jaar meer drijfmest in de opslag te houden komt er beduidend minder ammoniak vrij, terwijl dat in het daaropvolgende jaar extra vrijkomt. Op deze manier is voor elk bedrijf een uitgangssituatie vastgesteld die recht doet aan de prestaties van het bedrijf in de achterliggende jaren en op dit moment.

Doel

In de Proeftuin Veenweiden ligt de lat hoog: 25% reductie op de ammoniakemissie! Na vaststelling van de uitgangssituatie is de rekensom dan niet moeilijk: ‘Gewoon’ 25% van de totale emissie (in kg ammoniak) in mindering brengen. Hier zit echter een adder onder het gras. Ondernemers zitten niet stil en zijn voortdurend bezig om hun bedrijf te ontwikkelen. Dat geldt zeker ook voor de pilotboeren. Wat te doen met een uitbreiding in aantal melkkoeien? En wat te doen bij de aankoop van grond? Dit heeft meteen invloed op de totale emissie en maakt de reductie van 25% extra uitdagend. De kunst is nu om per bedrijf een doel te stellen dat eerlijk, ambitieus en haalbaar is.

Route

Alle pilotboeren hebben ervaring met de KringloopWijzer en zijn al jaren bezig om de benutting van mineralen te verbeteren en daarmee de verliezen terug te dringen, waaronder ammoniak. Tijdens het intakegesprek kwam door deze ervaring al een scala aan maatregelen boven tafel hoe de ammoniakemissie verder te reduceren. Het plan is om per pilotbedrijf een drietal speerpunten te kiezen, zodat we hierop kunnen focussen. Dit is niet alleen van belang voor het pilotbedrijf, maar ook voor de 9 volgers die er aan gekoppeld worden. Op deze manier krijgen we 10 studiegroepen met elk een eigen focus. In de komende weken willen we per bedrijf het vertrekpunt, het doel en de route helder in kaart brengen, zodat de pilotboer, de begeleider en de erfbetreders weten waar ze aan werken.

Ruimte voor ontwikkeling

De Proeftuin Veenweiden is gestart. Maar wat is nu precies de meerwaarde van deze proeftuin voor de westelijke veenweidegebieden? De ambities zijn hoog. De hoofdambitie is vooral een forse extra ammoniakreductie via de landbouw. Door dit via slimme maatregelen te doen levert dat voor de melkveehouder geld op. Maar zorgt het ook nog voor betere waterkwaliteit, minder bodemdaling, minder CO2 emissie en meer koeien langer in de wei. En tenslotte leidt een forse afname in de NH3 emissie/depositie in de melkveehouderij tot extra ruimte voor economische ontwikkeling in andere sectoren.

Extra reductie

Het is de ambitie om minimaal 1.5 kton extra ammoniakreductie te realiseren bovenop de (landelijke) afspraken van 10 kton reductie die de landbouwsector al heeft gemaakt. Vertaalt naar het veenweide gebied gaat het dan globaal om 0,5 tot 1 kiloton.

Bedrijfsontwikkeling melkveehouderij

ammoniakreductieVeel voer- en managementmaatregelen die zorgen voor ammoniakreductie leveren geld op in de bedrijfsvoering. Dat kan door lagere kosten, extra grasgroei en/of minder arbeidsinzet. Daarnaast gaat de Proeftuin er voor zorgen dat deze maatregelen ook te gebruiken zijn voor vergunningverlening.

Andere sectoren

Het westelijke veenweidegebied is omringd door bedrijvigheid en verkeerswegen. De havens en de luchthaven hebben de afgelopen decennia een behoorlijke groei doorgemaakt. Ook vindt een overgroot deel van de verkeersbewegingen van Nederland plaats in de Randstad. Deze bedrijven (met groeiambities) en het groeiende aantal verkeersbewegingen zorgen samen met de melkveehouderij voor de stikstofbelasting op natuurgebieden. De Proeftuin heeft ook als ambitie om bij te dragen aan ruimte voor ontwikkeling van andere economische sectoren. Natuurlijk niet voor niets. De inschatting is dat de kosten per kg stikstofreductie in de melkveehouderij fors lager zijn dan in andere economische sectoren.

Ruimte voor ontwikkeling

De Proeftuin wil een concrete gebiedsgerichte aanpak ontwikkelen die het mogelijk maakt om extra inspanningen van een grote groep melkveehouders voor minder ammoniakdepositie ook daadwerkelijk te kunnen belonen. En tegelijker tijd daarmee bijdragen aan extra natuurkwaliteit/minder depositie en aan economische ontwikkeling van andere sectoren. Belangrijke vraag hierbij is de verdeling van de gerealiseerde stikstofwinst tussen natuur en economie. Dit is een spannend en uitdagend traject voor de komende jaren.

Kringloopwijzers geven inzicht in ammoniakemissie

We weten dat factoren als ruw-eiwit gehalte van het rantsoen, methode van mesttoediening en weidegang invloed hebben op de ammoniak emissie. Maar hoe zit het in de praktijk? Hoe groot is de variatie in ammoniakemissie tussen bedrijven? En hoe zien bedrijven eruit die een lage, of juist hoge emissie realiseren? Welke voerstrategie volgen deze bedrijven? Wat maakt dat bepaalde bedrijven een hoge ammoniakemissie realiseren, en andere een lage? Kunnen we van deze bedrijven leren welke managementmaatregelen succesvol zijn bij het verminderen van de ammoniakemissie?

Inzicht en samenhang

kringloopwijzer logoDe Kringloopwijzer kan helpen om antwoord te krijgen op deze vragen. Veel melkveebedrijven hebben de afgelopen jaren de Kringloopwijzer ingevuld, waardoor we inzicht kunnen krijgen in de (berekende) ammoniakemissie, en de achterliggende bedrijfssituaties. PPP-Agro Advies heeft vorig jaar van 49 bedrijven in het veenweidegebied al de Kringloopwijzers geanalyseerd, en gekeken welke factoren een rol speelden bij de hoogte van de ammoniakuitstoot per ton melk. Ruw-eiwit gehalte van het rantsoen bleek een groot effect te hebben. Maar ook bleek dat factoren vaak met elkaar verstrengeld zijn. Zo wordt bijvoorbeeld het effect van weidegang deels teniet gedaan doordat bij meer weidegang het ruw eiwitgehalte van het rantsoen meestal stijgt. Door deze samenhang kan het lastig zijn om conclusies te trekken over het effect van afzonderlijke factoren, vooral bij een klein aantal bedrijven.

Analyseren en interpreteren

Daarom willen we dit jaar nog wat dieper in de praktijkresultaten duiken, met een uitgebreidere analyse van meer Kringloopwijzers van nog meer veenweidebedrijven. Zo hopen we meer inzicht te krijgen in de verschillen tussen bedrijven, én in het effect van achterliggende bedrijfssystemen en managementmaatregelen. Zo kunnen we van elkaar leren en binnen Proeftuin Veenweiden praktische toepassingen ontwikkelen om de ammoniakemissie in het veenweidegebied te verminderen.

Vrolijke Koeiendans bij Proeftuin deelnemers Jaap Schep en Rianne de Wit

Ook dit jaar gingen de koeien van Jaap en Rianne weer dansend de wei in! Door het aanhoudende natte voorjaarsweer kon dat pas eind mei, een maand later dan gepland. Maar op 28 mei was het dan zover en konden de koeien eindelijk de wei in… Een vrolijke en feestelijke gebeurtenis voor dier én mens!

Die zaterdag opende Jan Vente, wethouder gemeente Krimpenerwaard, om 10.30 uur de staldeuren en gingen de bijna 500 melkkoeien naar buiten. Voor alle dames een groot feest. Na een winter op stal willen ze de wei wel in!

De koeiendans is inmiddels al een paar jaar een groot succes waar heel veel publiek op af komt. Ook nu waren weer heel veel mensen aanwezig om dit mee te maken.

Voor Jaap en Rianne is weidegang een must en is het niet weg te denken in de bedrijfsvoering. Omdat weidegang veel minder ammoniak emissie geeft dan opstallen, is dit ook een belangrijke maatregel binnen de proeftuin om de ammoniak emissie te reduceren. In de komende jaren zal daarom ook extra aandacht gegeven worden aan het optimaliseren/maximaliseren van de beweidingsduur in een weideseizoen.

Dansendekoeien-JaapSchep2 Dansendekoeien-JaapSchep3 Dansendekoeien-JaapSchep4 Dansendekoeien-JaapSchep5

Kijk voor meer informatie over Koeiendans 2016 op de Facebookpagina van Kaasboerderij Schep; https://www.facebook.com/kaasboerderijschep/


>> Meer informatie over deelnemer Jaap Schep

Startbijeenkomst Proeftuin Veenweiden 30 juni

Op donderdagmiddag 30 juni a.s. gaat Proeftuin Veenweiden Natura 2000 van start, een programma voor verlaging van de ammoniakemissie in de Westelijke Veenweiden. Melkveehouders, onderzoekers en adviseurs gaan gezamenlijk maatregelen ontwikkelen voor minder ammoniakemissie en werken daarnaast aan betere waterkwaliteit en vermindering van bodemdaling.

De Veenweiden is een bijzonder agrarisch gebied vanwege de langgerekte percelen, de bodemdaling, complexe logistiek en de Randstedelijke ligging. Melkveehouders moeten net als andere bedrijven in die regio anticiperen op de ontwikkelingen die op hen afkomen. Eén van die ontwikkelingen is een te hoge stikstofbelasting in het gebied, waar havenbedrijf, luchthaven en boeren samen een verantwoordelijkheid hebben. Proeftuin Veenweiden wil samen met ambitieuze en oplossingsgerichte melkveehouders maatregelen ontwikkelen en uittesten. Zo levert slim NH3 reduceren betere financiële resultaten op, een betere kringloop op het bedrijf.

Op 30 juni a.s. starten 10 melkveehouders met hun begeleiders de zoektocht naar effectieve maatregelen en komende maanden worden ook andere collega’s in het gebied gevraagd zich aan te sluiten. Uiteindelijk streeft de proeftuin naar deelname van een groep van 100 melkveehouders. Han Weber, gedeputeerde van provincie Zuid-Holland zal aangeven waarom hij, evenals het ministerie van EZ, het belangrijk vindt om dit programma te ondersteunen. Namens initiatiefnemer LTO Noord zal Kees Romijn ingaan op de ambitie van het programma om in de komende drie jaar een flinke ammoniakemissie reductie te bewerkstelligen. Het geheel wordt omlijst met filmfragmenten bij de boeren op het bedrijf.

De Proeftuin is een initiatief van LTO Noord en VIC Zegveld. De uitvoering van het programma is in handen van LTO Noord, Wageningen UR, VIC Zegveld, PPP-Agro Advies en het Louis Bolk Instituut.

Programma startbijeenkomst: ‘In gesprek over een spannend programma’
Locatie: Veenweiden Innovatiecentrum (VIC), Oude Meije 18, Zegveld
Datum: Donderdagmiddag 30 juni 2016
Tijdstip: 15.30 uur – 18.00 uur

Meld u hier aan

Proeftuin Veenweiden zoekt deelnemers

Het programma Proeftuin Veenweiden Natura 2000 zoekt toekomstgerichte melkveehouders die van een uitdaging houden. Met een groep van 100 boeren wil dit driejarige programma laten zien dat er ruimte is voor bedrijfsontwikkeling van de melkveehouderij in het westelijk veenweidegebied. In het programma werken melkveehouders aan maatregelen die inzetten op maximale benutting van eigen eiwit en ammoniakreductie in de Veenweiden. De Proeftuin is een initiatief van LTO Noord en Wageningen UR Livestock Research. De uitvoering van het programma is in handen van Wageningen UR, LTO Noord, VIC Zegveld, PPP-Agro Advies en het Louis Bolk Instituut.

De Veenweiden is een bijzonder agrarisch gebied vanwege de lang gerekte percelen, de bodemdaling, complexe logistiek en de Randstedelijke ligging. Melkveehouders moeten net als andere bedrijven in die regio anticiperen op de ontwikkelingen die op hen afkomen. Eén van die ontwikkelingen is een te hoge stikstofbelasting in het gebied, waar havenbedrijf, luchthaven en boeren samen een verantwoordelijkheid hebben. Boer blijven in de Veenweiden vraagt dus om visie en vakmanschap. Proeftuin Veenweiden wil samen met ambitieuze en oplossingsgerichte melkveehouders maatregelen ontwikkelen en uittesten. Zo levert slim NH3 reduceren betere financiële resultaten op, een betere kringloop op het bedrijf en ook de benutting van eigen eiwit wordt beter. Op die manier wordt gezamenlijk gewerkt aan duurzame groei.

Het programma Proeftuin Veenweiden kent drie sporen. In spoor 1 gaat het om maatregelen geschikt maken voor melkveehouders in de veenweiden. Spoor 2 is het in de praktijk toetsen van maatregelen door melkveehouders en stakeholders. Spoor 3 zorgt er voor dat de inspanningen van de melkveehouders ook erkend en beloond worden door overheden en ketenpartijen. De zoektocht naar melkveehouders, maakt deel uit van spoor 2. Deze groep van 100 melkveehouders bestaat uit 10 koplopers die concreet aan de slag gaan met maatregelen om hun bedrijf efficiënter en toekomstbestendig te maken, met daaromheen 90 anderen die volgen wat er mogelijk is en op het eigen bedrijf toepassen wat kan. Hiermee laat de sector aan de andere sectoren haar inzet zien voor het verlagen van de stikstofbelasting op het veenweidengebied en pakt ze haar eigen verantwoordelijkheid om de doelen te realiseren.

Melkveehouders die geschikt zijn voor deelname aan dit programma laten zich uitdagen op hun vakmanschap, nieuwsgierigheid en wens om bij te blijven. Ze hebben een open mind en zijn communicatief vaardig. Meer informatie over de werving van deelnemers volgt in de komende weken.

Het innovatieprogramma Proeftuin Veenweiden heeft groen licht gekregen van Provincie Zuid Holland en het ministerie van Economische Zaken. Het driejarig programma krijgt verder financiële en inhoudelijke steun van LTO Noord. Tevens worden met Provincies Utrecht en Noord Holland projecten voorbereid die in samenhang met het programma worden uitgevoerd.

Kerngroep van melkveehouders voor driejarige Proeftuin Veenweiden bekend

Programmabord-2742016Afgelopen maanden hebben zich voldoende melkveehouders aangemeld voor deelname aan de Proeftuin Veenweiden. Daaruit is een selectie gevormd van 10 pilotbedrijven, die drie jaar worden begeleid bij het verbeteren van de mineralen efficiëntie en de mineralenkringloop op het bedrijf. Kennis uit de eerste hand, van de experts op dit vlak en dan ook nog toegespitst op je eigen bedrijf. Dat is de meerwaarde voor de melkveehouders die hun handtekening voor deelname hebben gezet op het programmabord.

>> maak kennis met de deelnemers

Melkveehouders kunnen aanmelden voor Proeftuin Veenweiden

Melkveehouders uit het westelijk veenweidegebied kunnen zich vanaf nu aanmelden voor het driejarige programma Proeftuin Veenweiden Natura 2000. Het gaat in eerste instantie om de selectie van pilotbedrijven. Gegadigden kunnen zich tot 23 maart a.s. aanmelden via de website www.veenweiden.nl. Daar is ook meer informatie te vinden over de vereisten voor deelname.

In eerste instantie is het programma op zoek naar 10 gemotiveerde melkveehouders die met adviseurs en onderzoekers willen laten zien dat er ruimte is voor bedrijfsontwikkeling van de melkveehouderij in het westelijk veenweidegebied. Door slimme maatregelen in te zetten die zorgen voor maximale benutting van eigen eiwit en ammoniakreductie. Zo zijn er meer mogelijkheden voor een kostenefficiënte bedrijfsontwikkeling waarmee melkveehouders hun bedrijf toekomstbestendig maken. Melkveehouders die geschikt zijn voor deelname aan dit programma laten zich uitdagen op hun vakmanschap, nieuwsgierigheid en wens om bij te blijven. Ze hebben een open mind en zijn communicatief vaardig.

Later dit jaar wordt de groep uitgebreid naar 100 deelnemers. Deze tweede fase deelnemers gaan het programma op een minder intensieve wijze volgen.

De Proeftuin is een initiatief van LTO Noord en Wageningen UR Livestock Research. De uitvoering van het programma is in handen van Wageningen UR, LTO Noord, VIC Zegveld, PPP-Agro Advies en het Louis Bolk Instituut.

Het innovatieprogramma Proeftuin Veenweiden heeft groen licht gekregen van Provincie Zuid Holland en het ministerie van Economische Zaken. Het driejarig programma krijgt verder financiële en inhoudelijke steun van LTO Noord. Tevens worden met Provincies Utrecht en Noord Holland projecten voorbereid die in samenhang met het programma worden uitgevoerd.

Lees meer op www.veenweiden.nl