Werf in december nog mee voor deelnemers aan de proeftuin!

We zoeken nog melkveehouders die willen meedenken en meedoen aan maatregelen voor optimale bedrijfsvoering.

De werving van deelnemers aan de proeftuin is nog in volle gang. En met nog 5 geplande LTO bijeenkomsten te gaan, verlengen we de aanmelddatum tot eind december. Want op deze bijeenkomsten presenteert de proeftuin zich, en vertelt één van de pilotboeren over zijn persoonlijke doelstellingen, kansen en wat het hem ook al heeft opgeleverd. Dat geeft tenslotte het beste beeld van wat deelname aan de proeftuin voor je bedrijfsvoering kan betekenen. Vanaf januari worden dan de definitieve groepen samengesteld en gaan de teams met elkaar aan de slag. De aanmeldteller staat nu op 50…. Werf mee voor de 90 die we in totaal zoeken. Vertel over de proeftuin in uw contacten met melkveehouders en verspreid de wervingsfolder. Want deelname aan de proeftuin gun je iedereen!

Contactpersoon:
Teus Verhoeff, mobiel: 06-47155573, e-mail: teus@proeftuinveenweiden.nl


Download de wervingsfolder

Vooruitboeren; aan de slag in Proeftuin Veenweiden

In Proeftuin Veenweiden gaan melkveehouders aan de slag met maatregelen die ammoniak reduceren en een beter bedrijfsresultaat opleveren. Dat laatste is belangrijk om ook op de lange termijn het bedrijf overeind te houden. ‘Vooruitboeren’ heet dat.

De melkveehouders in de proeftuin willen allemaal vooruitboeren en dat gaan ze doen door ‘slim’ ammoniak te reduceren. Slim staat voor: uitgeteste maatregelen, gebaseerd op degelijk onderzoek en bewezen succesvol, die niet alleen milieuwinst opleveren maar ook financieel een beter resultaat. Wat dat concreet betekent gaan we in de komende jaren zien. De 10 pilotboeren gaan nieuwe maatregelen uittesten en meedoen aan onderzoek, de 90 teamgenoten mogen de krenten uit de pap op eigen bedrijf gelijk toepassen!

Lees meer in het persbericht: Gezocht 100 boeren die ammoniakprobleem Veenweiden oplossen!

Ammoniakreductie via het voerspoor

Mts. Korrel, één van de tien pilotbedrijven van Proeftuin Veenweiden, is actief aan de slag met de doelstelling om 25% reductie te realiseren op zijn ammoniakproductie. Eén van de actiepunten voor Richard Korrel is om een lager ruw eiwitgehalte in het totale rantsoen te realiseren. Met veel (vers) gras in het rantsoen en het streven naar een optimale melkproductie per koe, is dit een lastige opgave.

Voor de komende tijd betekent het dat in overleg met hun eigen veevoeradviseur wordt bekeken hoe dit is te realiseren met het ruwvoer dat momenteel aanwezig is. Omdat er een ruwvoertekort is op het bedrijf (niet zelfvoorzienend) zal er wat aangekocht moeten worden. De vraag is of dit snijmais, (gras)zaadhooi of stro, kuilgras of een ruwvoerbrok moet worden. Ook de kosten wegen mee in de keuze, maar uiteraard is een optimale eiwitbenutting belangrijk. Een deel van het tekort zal (net als voorgaande jaren) opgevuld worden met snijmais.

Maar omdat er meer koeien lopen dan vorig jaar, is het de vraag of er voor de droge koeien een ander rantsoen gemaakt moet worden: met stro en brok is het over het algemeen makkelijker een rantsoen op de eiwitnorm te maken dan met kuilgras. Vraag is echter: wat is het eiwitgehalte van het aan te kopen kuilgras en wat zijn de kosten van beide voedermiddelen? Dit zal met elkaar vergeleken worden, zodat de keuze makkelijker wordt.

Belangrijk is dat er overleg is met de adviseurs en de ondernemers zodat de doelstellingen en wensen gezamenlijk bekend zijn en uiteindelijk tot het beste resultaat gekomen kan worden: op naar een verlaging van 168 naar 155 gram ruw eiwit in het totale rantsoen van de veestapel. Hiermee wordt dan niet alleen een ammoniakreductie behaald, maar ook een BEX-voordeel. En dat kan weer mooi meegenomen worden in verschillende berekeningen van het mestbeleid.

>> Bedrijfspagina van deelnemer Richard Korrel

Pronken met je graskuil mag!

Als je veel eigen gras in het rantsoen hebt, wil je aankoersen op een graskuil van 900 VEM en 150 gram ruw eiwit. Dan kun je met een eenvoudige brok prima melken en blijf je in het voorjaar niet met 50 meter kuil zitten! In Proeftuin Veenweiden bekijken we de mogelijkheden.

Een mooie graskuil van eigen land is veel waard. Veel melkveebedrijven in de Veenweiden zitten niet krap in hun grond en bij een groeizaam jaar liggen er flinke kuilen met gras voor de winter. De uitdaging komt in de winter: hoe krijg ik dit gras op een efficiënte manier omgezet in melk? Een veel voorkomende valkuil is dat er allerlei producten tegenover worden gezet om het eiwitrijke gras van energie te voorzien. Het resultaat is een prima rantsoen, met in het voorjaar nog een plaat kuilgras over!

Jaap Pronk voor z’n graskuil van 120 meter

Jaap Pronk voor z’n graskuil van 120 meter

In Proeftuin Veenweiden is de doelstelling om zoveel mogelijk eigen gras in het rantsoen te krijgen zonder dat dit een overdosis aan eiwit geeft (met extra ammoniak tot gevolg). Eén van de pilotbedrijven in Proeftuin Veenweiden is het melkveebedrijf van de broers Jaap & Wim Pronk in Broek in Waterland. Zij melken ruim 350 koeien op een kleine 200 ha gras. In 2015 was het aandeel ruw eiwit in het rantsoen 189 gram per kg. Het rantsoen bestond voor 68% uit vers gras en kuilgras en het gemiddelde ureumgehalte in de melk was 29.

Volgend jaar mikken ze op een kuil van 900 VEM en 150 ruw eiwit. Als dat lukt kunnen ze met een eenvoudige brok goed melken. Dat scheelt ammoniak en centen!

Om een dergelijke kuil te realiseren worden de volgende maatregelen ingezet:

  • Bemesten op maat voor een weide- of maaisnede en natuurlijk alle drijfmest maximaal verdunnen met water, als het even kan in de verhouding van 1 : 1.
  • Maaien van het gras in een later groeistadium, zodat de opgenomen stikstof door de plant ‘verdund’ is door toename van het volume van de plant.
  • Wiedeggen en doorzaaien van sommige percelen, omdat daar vrij veel ruwbeemd in voorkomt.
  • Komend jaar het najaarsgras met veel eiwit over de 1e en 2 snede heen te kuilen, zodat het beter benut kan worden door de melkkoeien.

Neem voor meer informatie contact op met Teus Verhoeff (teus@proeftuinveenweiden.nl

Werf mee voor Proeftuin Veenweiden

De 10 pilotboeren van de Proeftuin doen het niet alleen, zij krijgen ieder een groep teamgenoten voor de komende jaren. Werf mee voor meekijkers, meedenkers en meedoeners.

Tot 1 december kunnen 90 nieuwe deelnemers zich aanmelden voor Proeftuin Veenweiden. Deze 90 worden de nieuwe teamgenoten voor de 10 pilotboeren die al aan de slag zijn, maar waar vinden we ze? LTO-afdelingen op veen zijn benaderd om hun melkveehouders te informeren. Dat heeft al 20 aanmeldingen opgeleverd. Om de 70 anderen te vinden hebben we ook uw hulp nodig! Vertel over de proeftuin in uw contacten met melkveehouders en verspreid de wervingsfolder. Want deelname aan de proeftuin gun je iedereen!

Contactpersoon: Teus Verhoeff, mobile: 06-47155573, e-mail: teus@proeftuinveenweiden.nl


Download de wervingsfolder

 

Pilotboeren plannen ammoniakuitstoot!

Hoe gaan de pilotbedrijven van Proeftuin Veenweiden op hun eigen bedrijf die 25% ammoniakreductie realiseren? Tijdens een inspirerende bijeenkomst op het VIC in Zegveld deden de melkveehouders hun plannen uit de doeken. Spannend, zowel qua inhoud als presentatie!

Om meteen maar met de deur in huis te vallen: het was geweldig! De mix van openheid, deskundigheid, enthousiasme en humor maakte het een sfeervolle en leerzame bijeenkomst, die niemand had willen missen. Presenteren aan een groep is toch écht anders dan je plan doorspreken met een adviseur, maar het helpt ook om concreet te worden en je keuzes goed te onderbouwen. Na elke presentatie was er ruimte voor inhoudelijke vragen en opmerkingen van de collega’s en kreeg de spreker serieuze feedback op zijn presentatie. Van de vaak wat schuchtere start was niets meer te merken op het moment dat het over hun bedrijf en de bedrijfsvoering ging. Dan ging ieder echt ‘los’ en was het halfuur snel verstreken…

Opvallend was het steeds terugkerende actiepunt om met veel gras van eigen bodem een rantsoen te maken met minimale stikstofverliezen en daarmee minimale ammoniakemissie. Om dit te realiseren, moet er best nog wat gebeuren op de bedrijven. Hierbij zullen de deelnemers elkaar goed kunnen helpen. Met elkaar uitwisselen helpt daarbij en ontstaan nieuwe inzichten. De melkveehouders voelen zich extra gestimuleerd om er mee door te gaan. Het plan is om de presentaties te gebruiken bij de werving van de groep van 90 deelnemers die zich bij de pilotbedrijven aansluiten. Een inspirerend verhaal én een goed plan zal collega melkveehouders zeker aanspreken en motiveren om mee te doen.

Om 15.00 uur werd afgerond, want vanwege het onstuimige weer was het de hoogste tijd om de koeien binnen te halen! Een dag doorpraten met collega’s is prima, maar het mag natuurlijk niet ten koste gaan van het bedrijfsresultaat …

Gras met een ruw eiwitbegrenzer

Veengrond kent een hoge mineralisatie van stikstof. Dat geeft vooral in zomer en najaar hoge ruw eiwitgehaltes in het gras; hoger dan de gewenste 16% voor een goed en gezond grasrantsoen. Onderzoekers van Proeftuin Veenweiden zoeken daarom naar een gras dat in plaats van meer eiwit, juist meer celwanden en suikers produceert; een hoogproductief gras met een ruw eiwitbegrenzer.

Gekeken wordt naar de geschiktheid van Engels raaigras. Een grasras dat veel produceert, maar met een relatief laag én constant ruw eiwitgehalte tussen de 16-18%. Daarmee is de diergezondheid én de ammoniakemissie gediend in het veenweidegebied.

In figuur 1 is het verloop van het ruw eiwitgehalte in gras op veengrond weergegeven voor 2012 en 2013. Dat laat duidelijk de najaarspiek zien, net als de jaarrond hoge ruw eiwitgehaltes (veelal boven de 20%). De toename van eiwit in het najaar is vooral een gevolg van de afnemende grasgroei, waardoor de concentratie eiwit per kg gras toeneemt.

Verloop van het ruw eiwitgehalte in gras op veengrond

Figuur 1. Verloop van het ruw eiwitgehalte in gras op veengrond
in 2012 (blauwe lijn) en 2013 (rode lijn).
16% ruw eiwit correspondeert met 160 g/kg droge stof. (Bron: BLGG AgroXpertus)

Compensatie van het eiwitgehalte in het rantsoen door mais te voeren is doorgaans duur, omdat de mais vaak moet worden aangekocht. Bovendien blijkt uit een eerdere oriënterende potproef van het VIC, het Louis Bolk Instituut en DLF, dat er grote variatie (>9% of te wel 90 g kg droge stof) is in eiwitgehalten tussen de verschillende rassen Engels raaigras. Dit geeft aan dat er ruimte is om het ruw eiwitgehalte in het weiderantsoen en daarmee de uitstoot van ammoniak te verlagen door de juiste selectie van grasrassen. Dat biedt perspectief en een goede uitgangspositie voor het verder testen van deze rassen op veldniveau in de veenbodem.

Op het VIC in Zegveld zijn daarom dit najaar proefvelden ingezaaid met vier rassen Engels raaigras die in het oriënterend onderzoek verschillen in ruw eiwitgehalte lieten zien. In het groeiseizoen van 2017 worden de eerste opbrengst en voederwaarde metingen gedaan aan deze proefvelden.

Neem voor meer informatie contact op met Nick van Eekeren (n.vaneekeren@louisbolk.nl), Jeroen Pijlman (j.pijlman@louisbolk.nl) of Nyncke Hoekstra (n.hoekstra@louisbolk.nl).

 

Kruiden bieden kansen

De koeien op de proefboerderij in Zegveld stonden in augustus voor het eerst op een veld met smalle weegbree. Weiden op kruidenrijk gras kan het rantsoen verbreden en bijdragen aan diergezondheid. Dat blijkt uit onderzoek door PPP-Agro Advies samen met het Veenweiden Innovatiecentrum en het Louis Bolk instituut voor Proeftuin Veenweiden.

Voor het onderzoek zijn is in het voorjaar van 2016 een veld met Engels raaigras en smalle weegbree ingezaaid. Dat is erg goed aangeslagen en leverde een mooi kruidenrijk perceel op, waar de koeien prima op weiden, zie de beelden in het filmpje.

Er is gekozen voor smalle weegbree als een van de kansrijke opties, omdat er veel mineralen en sporenelementen inzitten en het van oudsher bekend staat om zijn ontstekingsremmende werking. Door het rantsoen van de koeien op deze manier te verbreden hopen we de gezondheid van de koeien te verbeteren. Ook kan het wortelstelsel van kruiden mogelijk aanvullend functioneren op dat van gras.

Neem voor meer informatie contact op met Nick van Eekeren (n.vaneekeren@louisbolk.nl) of Wim Honkoop (w.honkoop@ppp-agro.nl).


Bekijk het filmpje:

Doorpraten over ammoniakarrangementen

Op 4 oktober vond op het VIC in Zegveld de eerste themasessie van Proeftuin Veenweiden met beleidsmakers en bestuurders plaats over de mogelijke arrangementen om de ammoniakuitstoot verlagen. Geen onderwerp waar op één middag alle knopen over kunnen worden doorgehakt. Partijen blijven dan ook met elkaar in gesprek over de vervolgstappen en uitwerkmogelijkheden van een integrale, ketengerichte en/of sector-overschrijdende inzet. Wordt vervolgd…

PERSBERICHT Gezocht: 100 boeren die ammoniakprobleem Veenweiden oplossen

De ligging in de Randstad, de langgerekte percelen, bodemdaling en de complexe logistiek maken de westelijke veenweiden tot een in vele opzichten bijzonder, agrarisch gebied. De stikstofbelasting door boeren, havenactiviteiten, verkeer, industrie en luchtvaart vragen om slimme en duurzame oplossingen. Het programma Proeftuin Veenweiden zoekt 90 melkveehouders die samen met de 10 al bekende voorlopers nieuwe maatregelen onderzoeken en uittesten op hun bedrijf.

Problemen oplossen met positief bedrijfsresultaat

Het Programma zoekt ambitieuze en oplossingsgerichte melkveehouders die aan de slag willen met maatregelen die specifiek voor de veenweiden worden ontwikkeld. Dat levert voordelen op voor de boer, zoals een betere eiwitbenutting en betere kringloop op het bedrijf. Verder levert slim ammoniak reduceren behalve schoner oppervlaktewater ook betere financiële resultaten op.  Zo wordt gezamenlijk gewerkt aan duurzame groei.

Specifieke aanpak

Het draait in Proeftuin Veenweiden om het geschikt maken van maatregelen voor de praktijk. Zijn de maatregelen daarvoor geslaagd, dan is de vraag aan overheden en ketenpartners om te kijken of boeren daarvoor beloond kunnen worden. De boeren van Veenweiden pakken met dit project het verlagen van de stikstofbelasting op het veenweidengebied aan en pakken hun eigen verantwoordelijkheid om de doelen te realiseren. Zo willen zij andere sectoren inspireren en uitdagen om zelf ook aan de slag te gaan. Naast ammoniakreductie werken zij tevens aan de verbetering van de waterkwaliteit en de vermindering van bodemdaling op veen.

10 pilotboeren zoeken 90 teamgenoten

De 10 geselecteerde pilotboeren zoeken nu teamgenoten om samen aan de speerpunten van de Proeftuin te werken en hun vakmanschap te vergroten; ieder op zijn eigen bedrijf. Ze willen leren van elkaar, kennis delen en samen werken aan duurzame resultaten; voor zichzelf én voor de hele sector. Melkveehouders in het Westelijk Veenweidengebied die houden van doorpakken, nieuwsgierig zijn en mee willen denken en praten over maatregelen voor de toekomst, worden uitgenodigd om deel te nemen aan deze proeftuin.

Informatie en aanmelden

Meer informatie over Proeftuin Veenweiden is te vinden op www.proeftuinveenweiden.nl. Melkveehouders kunnen zich hier aanmelden of bij Teus Verhoeff via t.verhoeff@ppp-agro.nl.

LTO Noord startte begin dit jaar met het driejarige innovatieprogramma Proeftuin Veenweiden  en wordt daarbij financieel ondersteund door provincie Zuid-Holland en het Ministerie van Economische Zaken. De provincies Utrecht en Noord-Holland doen mee op specifieke onderdelen. De Proeftuin is een initiatief van LTO Noord en VIC Zegveld. De uitvoering van het programma is in handen van LTO Noord, Wageningen University & Research, VIC Zegveld, PPP-Agro Advies en het Louis Bolk Instituut.


NOOT VOOR DE REDACTIE