PERSBERICHT Gezocht: 100 boeren die ammoniakprobleem Veenweiden oplossen

De ligging in de Randstad, de langgerekte percelen, bodemdaling en de complexe logistiek maken de westelijke veenweiden tot een in vele opzichten bijzonder, agrarisch gebied. De stikstofbelasting door boeren, havenactiviteiten, verkeer, industrie en luchtvaart vragen om slimme en duurzame oplossingen. Het programma Proeftuin Veenweiden zoekt 90 melkveehouders die samen met de 10 al bekende voorlopers nieuwe maatregelen onderzoeken en uittesten op hun bedrijf.

Problemen oplossen met positief bedrijfsresultaat

Het Programma zoekt ambitieuze en oplossingsgerichte melkveehouders die aan de slag willen met maatregelen die specifiek voor de veenweiden worden ontwikkeld. Dat levert voordelen op voor de boer, zoals een betere eiwitbenutting en betere kringloop op het bedrijf. Verder levert slim ammoniak reduceren behalve schoner oppervlaktewater ook betere financiële resultaten op.  Zo wordt gezamenlijk gewerkt aan duurzame groei.

Specifieke aanpak

Het draait in Proeftuin Veenweiden om het geschikt maken van maatregelen voor de praktijk. Zijn de maatregelen daarvoor geslaagd, dan is de vraag aan overheden en ketenpartners om te kijken of boeren daarvoor beloond kunnen worden. De boeren van Veenweiden pakken met dit project het verlagen van de stikstofbelasting op het veenweidengebied aan en pakken hun eigen verantwoordelijkheid om de doelen te realiseren. Zo willen zij andere sectoren inspireren en uitdagen om zelf ook aan de slag te gaan. Naast ammoniakreductie werken zij tevens aan de verbetering van de waterkwaliteit en de vermindering van bodemdaling op veen.

10 pilotboeren zoeken 90 teamgenoten

De 10 geselecteerde pilotboeren zoeken nu teamgenoten om samen aan de speerpunten van de Proeftuin te werken en hun vakmanschap te vergroten; ieder op zijn eigen bedrijf. Ze willen leren van elkaar, kennis delen en samen werken aan duurzame resultaten; voor zichzelf én voor de hele sector. Melkveehouders in het Westelijk Veenweidengebied die houden van doorpakken, nieuwsgierig zijn en mee willen denken en praten over maatregelen voor de toekomst, worden uitgenodigd om deel te nemen aan deze proeftuin.

Informatie en aanmelden

Meer informatie over Proeftuin Veenweiden is te vinden op www.proeftuinveenweiden.nl. Melkveehouders kunnen zich hier aanmelden of bij Teus Verhoeff via t.verhoeff@ppp-agro.nl.

LTO Noord startte begin dit jaar met het driejarige innovatieprogramma Proeftuin Veenweiden  en wordt daarbij financieel ondersteund door provincie Zuid-Holland en het Ministerie van Economische Zaken. De provincies Utrecht en Noord-Holland doen mee op specifieke onderdelen. De Proeftuin is een initiatief van LTO Noord en VIC Zegveld. De uitvoering van het programma is in handen van LTO Noord, Wageningen University & Research, VIC Zegveld, PPP-Agro Advies en het Louis Bolk Instituut.


NOOT VOOR DE REDACTIE

Is 25% ammoniakreductie haalbaar?

Door maximaal te beweiden, een rantsoen op maat te voeren en de mest met water aan te wenden komen veel bedrijven al flink in de richting van de 25%. Dat geeft perspectief waaraan kan worden gewerkt. Maar er liggen nog uitdagingen genoeg voor de deelnemers van Proeftuin Veenweiden:

  • Hoe hou ik mijn koeien 250 dagen x 8 uur buiten?
  • Hoe kom ik tot een rantsoen van 15% ruw eiwit met veel eigen gras daarin?
  • Hoe voeg ik voldoende water toe bij het uitrijden, ook op de percelen op afstand?

In de afgelopen weken hebben de pilotbedrijven van de Proeftuin Veenweiden met hun begeleiders een plan van aanpak geformuleerd. Voor alle bedrijven is het doel: een reductie van 25% van de ammoniak emissie ten opzichte van 2015. De grote vraag aan tafel was: Is dit haalbaar?

Kringloopwijzer

De Kringloopwijzer geeft een prima indicatie van de ammoniakemissie op bedrijfsniveau. Aan de hand van bedrijfsgegevens in combinatie met emissie-modellen wordt de ammoniak emissie op de verschillende onderdelen van het bedrijf berekend (stal en mestopslag, mestaanwending, kunstmest, beweiding en gewasresten). Het doel is om deze verliezen met 25% te reduceren. In hoeverre dit doel is gehaald, kan worden gevolgd via de Kringloopwijzer.

Meer/minder ammoniak

Je krijgt meer ammoniak als:

  • er een overmaat aan ruw eiwit in het rantsoen zit
  • de mest met urine in aanraking komt

Je krijgt minder ammoniak als:

  • er wordt beweid (dan komen mest en urine niet bij elkaar)
  • de urine in de stal snel wordt afgevoerd (emissie-arme vloer)
  • er eiwit op maat in het rantsoen zit

>> Lees meer over ammoniak

Mestaanwending

Naast de stal en mestopslag is de mestaanwending een grote bron van ammoniakemissie. Bij het aanwenden komt de drijfmest in aanraking met de buitenlucht en kan de ammoniak eenvoudig ontsnappen. Daarom zijn indertijd de wettelijke regels omtrent mestaanwending al aangescherpt, omdat de ketsplaat helemaal een speeltuin voor ammoniak was. Daarom hebben we nu zodebemesters, sleepvoeten, sleufkouters, etc.

Inmiddels heeft zich een extra alternatief aangediend: drijfmest aanwenden met water. Uit onderzoek is gebleken dat bij een verhouding van 2 mest en 1 water de emissie van ammoniak met 40% wordt terug gedrongen! Het water weet de stikstof dusdanig te binden dat het niet als ammoniak de lucht in gaat, maar door de plant kan worden benut.

Plan van aanpak

Om gericht hieraan te werken is een plan van aanpak gemaakt, zodat helder is wat er moet gebeuren. Belangrijk hierbij zijn de erfbetreders:

  • De voeradviseur en de dierenarts als het gaat om het rantsoen
  • De loonwerker als het gaat om mest uitrijden met water

Dat moeten toch interessante gesprekken opleveren aan de keukentafel!

Meer weten over de bedrijfsplan aanpak in de proeftuin?
Bel of mail naar Teus Verhoeff, 064 71 555 73, teus@proeftuinveenweiden.nl

Ammoniak, wat is het nou eigenlijk?

We hebben het veel over ammoniak bij Proeftuin Veenweiden, maar wat is het nou eigenlijk?

Ammoniak bestaat uit één stikstof molecuul met drie waterstof moleculen (NH3). De stikstof komt de koe binnen in de vorm van eiwit. De bedoeling is natuurlijk dat we zoveel mogelijk hiervan terug vinden in de melk. Door de vertering komt er uiteraard ook stikstof in de mest. Dat is de zogenaamde organisch gebonden stikstof die niet omgezet wordt in ammoniak. De overmaat aan stikstof in het lichaam wordt door de nieren uit het lichaam gehaald en in de vorm van ureum in de urine afgevoerd. Deze ureum is de basis voor ammoniak. Hoe meer ureum in de urine, hoe groter de kans op ammoniak. Ammoniak wordt gevormd als ureum in aanraking komt met urease, dat zich in de mest bevindt.

Je krijgt dus meer ammoniak als:

  • er een overmaat aan ruw eiwit in het rantsoen zit
  • de mest met urine in aanraking komt

Je krijgt dus minder ammoniak als:

  • er wordt beweid (dan komen mest en urine niet bij elkaar)
  • de urine in de stal snel wordt afgevoerd (emissie-arme vloer)
  • er eiwit op maat in het rantsoen zit

AERIUS genomineerd voor ICT-prijs!

Het ICT-project AERIUS is genomineerd voor de Computable Award in de categorie Overheid. Het RIVM is verantwoordelijk voor het beheer en de doorontwikkeling van AERIUS. Gebruikers bepalen welk van de genomineerde projecten de award wint! Stemmen kan tot 9 oktober 2016.

Themasessies over maatregelen in de veenweiden

Ook meepraten over maatregelen en ontwikkelingen? Proeftuin Veenweiden organiseert voor melkveehouders, bedrijfsadviseurs, stakeholders onderzoekers en beleidsmakers meerdere keren per jaar themasessies. Doel van deze sessies is om nieuwe ontwikkelingen, ideeën en inzichten voor reductie ammoniak, reductie bodemdaling en borging kwaliteit oppervlaktewater met u te delen en te bediscussiëren.

Proeftuin Veenweiden Ideeën Box

Heeft u ideeën, suggesties waar zowel de ondernemers alsook de natuurgebieden in de westelijke veenweiden baat bij hebben dan vernemen wij die graag!

Mogelijkheden voor gebiedsaanpak in Aerius

De Proeftuin Veenweiden heeft als ambitie om de ammoniakemissie in de westelijke veenweidegebieden fors te reduceren. Het rekeninstrument AERIUS kan bij een gebiedsaanpak een belangrijke rol spelen.

Opties voor ammoniak-arrangementen: waar zetten we op in?

Welke arrangementen zijn mogelijk om maatregelen die ammoniakuitstoot verlagen in de melkveehouderij ook echt succesvol te laten zijn? Wat zijn dan de randvoorwaarden? Hoe verhouden maatregelen zich tot wet- en regelgeving? En hoe zijn maatregelen te borgen en te handhaven?

Hoger ruw eiwitgehalte in het najaar op veen vooral door lagere groei van het gras

Door de hoge stikstofmineralisatie uit veenbodems zijn de eiwitgehalte in het gras over het algemeen hoog. Vervolgens leiden deze hogere ruw eiwitgehalte van het gras vaak tot hoge ruw eiwitgehalten in het rantsoen, wat leidt tot extra ammoniakemissie. In de Proeftuin Veenweiden proberen we daarom meer vat te krijgen op de opname van vrijgekomen stikstof uit de veenbodem door gras. En meer specifiek, wanneer in het seizoen gras stikstof opneemt uit gemineraliseerd veen, en hoe groot deze opname is.

Bepaling van het maaimoment

Deelnemers van de Proeftuin Veenweiden bedenken strategieën om de ammoniakuitstoot op hun bedrijf te reduceren. Eén daarvan is het beperken van de hoeveelheid eiwit in het voer van de koe. Vaak is deze hoeveelheid namelijk hoger dan nodig. Het overschot aan eiwit wordt door de koe via urine uitgescheiden en dat zorgt voor emissie van ammoniak.