Eiwit als gaspedaal? Feit of fictie? Reageer nu!

“Eiwit is het gaspedaal van het rantsoen”, een veel gebezigde uitspraak die tussen de oren zit bij veel veehouders. Adviseurs van PPP-Agro advies onderzochten of deze bewering wel klopt.

Met behulp van de data van de 80 rantsoenen van de deelnemers aan de Proeftuin Veenweiden en deelnemers aan andere projecten konden zij voereiwit, melkgift en ureumgetal analyseren.

Melkgift

In de onderstaande grafiek zijn het eiwitgehalte van het rantsoen en de melkgift (meetmelk) tegen elkaar uitgezet. Wat zegt dit beeld?

  • Het gemiddelde rantsoen bestaat uit 160 gram eiwit per kg ds. (ex ammoniak fractie);
  • Er is een grote spreiding van eiwitgehalten in de rantsoenen;
  • Er is geen verband te vinden tussen het eiwitgehalte in het voer en de melkgift (de stippellijn geeft dit weer).

Conclusie: Deze analyse geeft geen onderbouwing van de uitspraak dat eiwit het gaspedaal is om veel te melken.

Ureum

Bij het doorrekenen van een rantsoen geeft het programma meteen een indicatie van het ureumgehalte, ofwel hoeveel benutting aan eiwit er in het rantsoen zit. Onderstaande grafiek laat zien hoe het verwachte ureumgehalte is van de voorgeschreven rantsoenen. Wat valt hierbij op?

  • Er is een grote spreiding te zien in ureumgetal (tussen de 17 en 34!);
  • Er zijn weinig rantsoenen (4!) met een ureumgetal van onder de 20.

Conclusie: De berekende rantsoenen hebben gemiddeld genomen een veel hoger ureum dan optimaal is voor een goede eiwitbenutting.

Wat zijn uw ervaringen?

Deze uitkomsten roepen verschillende vragen op. Naar aanleiding van deze rantsoenberekeningen hebben we de volgende vragen aan u:

  • waarom wordt er nog steeds zoveel eiwit in de rantsoenen geadviseerd?
  • waarom worden zulke hoge verwachte ureumgehalten geaccepteerd?

Het zou mooi zijn als u daarop zou kunnen reageren. Dit kan door een mail te sturen naar d.kool@ppp-agro.nl, dan komen we daar de volgende nieuwsbrief op terug.

Mono-vergisten kan bijdragen aan minder emissies op veenweidebedrijf

Uit de scenarioberekeningen blijkt dat in bepaalde situaties mono-vergisten interessant kan zijn, omdat het zorgt voor minder emissies van ammoniak en methaan en een beter inkomen. Het vergisten van verse mest en van de feces fractie leveren de beste milieuprestaties op en daarvan is het vergisten van feces het beste voor de portemonnee. Dit blijkt uit een scenariostudie van Proeftuin Veenweiden, uitgevoerd door Wageningen Livestock Research. De emissie van methaan en ammoniak kunnen ruim 10% verminderen, maar dan moet wel het hele bedrijfssysteem aangepast worden en niet beperkt blijven tot een vergister achter de stal.

Het beste milieuresultaat wordt geboekt met vergisting van alleen de feces fractie en van verse mest. Het plaatsen van een vergister bij de stal en daarmee oude mest vanonder de roostervloer vergisten, leidt juist tot meer emissie van methaan en ammoniak naar het milieu. Ook heeft het in veel gevallen een negatieve invloed op het inkomen.

Bij vergisting van de feces fractie en bij verse mest zijn de gevolgen voor methaan- en ammoniakemissie een stuk gunstiger dan met oude mest, vooral omdat de stalemissie sterk wordt beperkt. Ook kunnen beide scenario’s tot een verbetering van het inkomen leiden. Voorwaarde voor de inkomensverbetering is wel dat de overheidssubsidie voor elektriciteit en warmte in stand blijft. Andere subsidies (voor o.a. CO2-reductie) kunnen het wegvallen van (een deel van deze) rijkssubsidies niet opvangen. Ook is het technisch goed draaien van de vergister essentieel voor voldoende gasopbrengst en daarmee voor een economisch gunstig perspectief van vergisten.

Tenslotte zijn in deze vergelijking de economische resultaten van vergisten in nieuwbouwsituaties duidelijk beter dan de resultaten bij het aanpassen van een bestaande situatie. Onder andere omdat voor de verse mest geen mestopslag onder de stal meer nodig is. Monovergisten zal daarom eerder interessant zijn bij nieuwbouw, dan bij aanpassing van een bestaande bedrijfssituatie.

Meer weten over de verschillende scenario’s?

Lees artikel: Minder emissies mogelijk bij mono-vergisten op veenweidebedrijf

Meer weten over de kennissessie?

Lees kennissessie: Via monovergisten naar minder methaan- en ammoniakemissie?

Genoeg eiwit van eigen land! Nu nog benutten…

De kringloopwijzers van de proeftuinboeren laten zien dat dat de grasvoorraden in 2016 en 2017 flink zijn toegenomen. Maar ook dat meer kracht- en bijproducten zijn gevoerd. Daarmee gaan we de kringlopen niet sluiten… Een beter gebruik van eigen eiwit staat dus hoog op de agenda!

Vergelijking Kringloopwijzers

Van de 100 boeren die meedraaien met de pilotbedrijven van Proeftuin Veenweiden zijn de KringloopWijzers van 2016 met het jaar 2017 vergeleken. Daaruit komen een paar opvallende zaken naar voren, vooral op het gebied van mestverdunning met water. Een kleine groep boeren was al volop met mestverdunning bezig, omdat het duidelijk meeropbrengst geeft, maar door de Proeftuin zijn meer collega’s ermee aan de slag gegaan. Er is bovendien een tweede belangrijke reden voor: reductie van ammoniakemissie. Twee vliegen in 1 klap dus. Behalve mestverdunning ligt binnen de Proeftuin ook de focus op minder eiwit in het rantsoen als manier om ammoniakuitstoot te verlagen.

Productie is fors gestegen

In onderstaande tabel is te zien dat de veestapel en ook het aantal stuks jongvee per 10 melkkoeien gedaald is. De stijging van de hoeveelheid melk met 320kg kan goed zijn aangewakkerd door de GVE-regeling die in 2017 gold en de manier waarop de voerindustrie daarop heeft ingespeeld. In de KLW is te zien dat er meer kracht- en bijproducten zijn gevoerd, maar ook dat er minder dieren vervroegd zijn afgevoerd. Gezien het feit dat er minder jongvee en ook wat minder melkkoeien zijn, is een toename van de voorraden dan ook een logisch gevolg.

Algemene bedrijfsgegevens

Aantal koeien Jongvee/10 mk kg melk per koe
2016 105 5,4 8082
2017 102 4,8 8402

Voorraden komen van pas

De grasvoorraden in 2016 en 2017 zijn flink toegenomen, zoals te zien is in onderstaande tabel. Deels komen deze goed van pas door de droge zomer van 2018. Maar de tabel laat ook zien dat hoewel er een enorme grasvoorraad is aangelegd, er in de rantsoenen nauwelijks meer weide- en kuilgras is gevoerd. Geen goede ontwikkeling als we kringlopen willen sluiten. Hopelijk werken de huidige ontwikkelingen zoals de sectorvisie kringlooplandbouw als steun in de rug om eigen ruwvoer weer op de eerste plaats te zetten!

Voorraadmutatie graskuil

Grasvoorraad Aandeel gras in rantsoen
2016 15% 59%
2017 6% 60%

Veel eiwit van eigen land

De doelstelling die is gesteld voor het percentage eiwit van eigen land is 65 procent. Daarmee zijn minder eiwitproducten van ‘ver’ nodig. De groep proeftuinboeren scoorde in 2016 al boven deze norm met 67%. In 2017 is dit nog eens gestegen tot 72% eiwit van eigen land. Eiwit van eigen land wordt dus ruimschoots gehaald! Zeker als de voorraadmutatie mag worden meegeteld! Dat gaat er wellicht af in de toekomst. Dan telt alleen wat er wordt gevoerd. Melkveehouders scoren dus hoog met wat ze aan eiwit van eigen land halen.

Grote uitdaging om het eiwit te benutten

Het ruw eiwit in de eindvoorraad van graskuil is met 17.9% een stuk hoger dan het eiwit van graskuil in het vervoederde rantsoen in 2017, met een eiwit van 16.7%. Er ligt dus een grotere voorraad en een nog grotere eiwitvoorraad. De grote uitdaging voor nu is hoe we dit eiwit gaan benutten! Voor dit najaar en komende winter ligt de focus op de winterrantsoenen. We maken een inventarisatie van de rantsoenen en gaan de verbeterpunten in de studiegroepen aanpakken.

 

Verlaging ruw eiwit steeds urgenter

Mengvoerleveranciers afwachtend

De eerste stap is gezet. Alle mengvoerleveranciers in West-Nederland kregen onlangs van LTO Noord, PPP-Agro Advies en VIC Zegveld de uitnodiging voor een goed gesprek over een voeradvies met een lager percentage ruw eiwit. Het onderwerp staat bij hen ook op de agenda, da’s wel duidelijk; 90% van de mengvoederbedrijven actief in West Nederland was aanwezig in Zegveld.

Minder ruw eiwit in het voer

Het ging over de noodzaak van een aangepast voeradvies in de Veenweiden. Alle ammoniakproducenten, dus ook melkveehouders moeten hun steentje bijdragen de depositie op stikstofgevoelige natuurgebieden in onze regio terug te dringen. Een keiharde voorwaarde om met elkaar te kunnen blijven boeren in dit gebied. Minder ruw eiwit in het voerrantsoen is een van de belangrijkste maatregelen die de noodzakelijke reductie in ammoniakemissie mogelijk maakt.

Scherp advies is spannende exercitie

Is dit nieuwe informatie? Niet echt, er liggen al jaren afspraken tussen vertegenwoordigers van de mengvoerindustrie en het ministerie om maatregelen te nemen op het gebied van ammoniakemissie. Gaat er dan nu, na dit gesprek wat veranderen? Nog niet, is de verwachting, daarvoor werden de voerleveranciers te weinig concreet. Ze gaven aan dat er mogelijkheden zijn, maar dat het heel lastig is en veel van het bedrijfsmanagement bij de veehouder vraagt. De opmerking dat eiwit het gaspedaal voor de melkproductie is schiet in de roos. Een verlaging van het eiwit in het rantsoen is balanceren op de rand van de behoefte van een koe. Verlagen van het ruw eiwit in het rantsoen vraagt echt vakmanschap van boer en veevoederleverancier.

Uit het gesprek kwamen geen nieuwe afspraken voort, dus er zal zeker op korte termijn een vervolggesprek moeten komen om met de individuele veevoerbedrijven te kijken wat er wèl mogelijk is. Veehouder en voerleverancier moeten samen in beweging komen om de benutting van stikstof te verbeteren. Als melkveehouder alleen red je het niet.

“Van onverteerbaar advies wordt je bedrijf niet beter, van 15% ruw eiwit in het voer wel”

Het is een half jaar geleden dat LTO Noord, PPP-Agro Advies en VIC Zegveld in samenwerking met Proeftuin Veenweiden bij melkveehouders en adviseurs het belang van minder ruw eiwit in het voer benadrukten. Dat deden ze met advertenties en artikelen in de campagne ‘Op grond van Morgen’. De aftrap was met de slogan: “Van onverteerbaar advies wordt je bedrijf niet beter, van 15% ruw eiwit in het voer wel” en dat leidde tot heel wat reacties. Tijdens de Proeftuin Veenweiden bijeenkomsten die daarop volgden, met FrieslandCampina en De Samenwerking, kregen melkveehouders concrete tips hoe ze met het eiwitgehalte in het voer aan de slag kunnen gaan.

Welke mengvoerbedrijven en –adviseurs pakken dit op?

Verlaging van ruw eiwit in het voer blijft een speerpunt. Op korte termijn stappen zetten is nodig om op lange termijn de gewaardeerde melkveehouderij in onze regio vitaal en wendbaar te houden. Dat is ook de verantwoordelijkheid van de mengvoerleveranciers, want een bijpassend rantsoen is onmisbaar. Een gezonde toekomst van de veehouderij in West Nederland staat op het spel nu de PAS opnieuw op het spel staat. Afwachten heeft geen zin meer. LTO Noord, PPP-Agro Advies en VIC Zegveld zijn op zoek naar mengvoerbedrijven en –adviseurs die – samen met hen – de uitdaging aan willen gaan.

Boerderij de Beukehof wint Duurzaamheidspenning gemeente Alphen

Pilotboer Wouter Beukeboom van Boerderij de Beukehof is de trotse winnaar geworden van de Duurzaamheidspenning van de gemeente Alphen.

Hij zet zich met verschillende projecten in op het gebied van duurzaamheid. Zoals een project om de hoeveelheid ammoniak terug te dringen en het reduceren van de uitstoot van ammonia en methaan. Daarnaast wordt er gewerkt aan een project om bodemdaling in het veenweidegebied tegen te gaan en werkt hij aan het omzetten van groene energie in waterstof. Van alle genomineerden kreeg Boerderij de Beukhof de meeste stemmen.

>> Lees meer op www.allesinalphen.nl

Gewoon Lekker Boeren

Daar ging het op 4 oktober over tijdens de vakdag op KTC Zegveld. Want ook al moet de melkveehouderij door regels, rechten en klimaat sneller kunnen schakelen dan ooit; we willen vooral ook ‘Gewoon Lekker Boeren’! De vakdag was hét moment om energie en kennis op te doen voor eigen vakmanschap en werkplezier.

Expert- en Praktijksessies

In de ochtend stonden er diverse inhoudelijke sessies gepland met cijfers en grafieken over klimaatverandering en duurzaamheidsprogramma’s. In de middag waren er workshops over praktische onderwerpen die van belang zijn om gewoon lekker te kunnen blijven boeren. Er waren bemestingsdemo’s, en workshops die dieper in gingen op het sleepvoetverbod, onderwater drukdrainage, kruiden, simpel beweiden en rantsoenen met minder eiwit. Iedere boer die deze workshops heeft gevolgd heeft nu tools in handen om ‘gewoon lekker te boeren’.

Werk maken van klimaat

De ochtend begon met voormalig weerman van RTL4, Reinier van den Berg. Voor hem is er geen twijfel aan dat door de broeikasgassen CO2, methaan en lachgas de aarde opwarmt. Hierdoor stijgt de zeespiegel en smelten de gletsjers in de Alpen. De Rijn is een smeltrivier. Er zal in de toekomst bij lange droge perioden dus minder water aangevoerd worden vanuit de Rijn. Dit maakt beregening veel lastiger, maar het grootste probleem zit in een lage aanvoer van zoetwater waardoor het zoute water verder landinwaarts trekt. Noodzaak dus om in actie te komen en ons steentje, als landbouwsector, bij te dragen aan het beperken van de klimaatverandering.


Reinier: ‘Het klimaat verandert echt, en sneller dan wij denken’

Duurzame voedingsindustrie

Klaas Jan van Calker van Unilever ging vervolgens in op duurzaamheidsprogramma’s van de voedingsindustrie. Speerpunten hierbij zijn verminderen van broeikasgassen, minder waterverbruik en minder afval. In Nederland hebben we de klimaatmodule in de kringloopwijzer die laat zien wat de CO2 footprint is. In het buitenland hebben ze soortgelijke programma’s. In Ierland de Carbon Navigator en in Amerika het programma Smart Farm. Allen gericht op het verlagen en in kaart brengen van de CO2 footprint. Belangrijk dus om hier als Nederlandse landbouw in voorop te blijven liggen.

Dagvoorzitter Barend Meerkerk sloot het ochtendprogramma af met praktische tips voor de melkveehouder, het advies om ‘negatievelingen’ te mijden en een uitnodiging voor de lunch.

Na de lunch was het tijd voor de praktische workshops waaruit men kon kiezen en die misschien wel oplossingsrichtingen boden om in te spelen op het veranderende klimaat…

Deskundig bemesten

De workshop ‘Deskundig Bemesten’ werd door Sjon de Leeuw en Gerard Michels verzorgd. De grote vraag is: Hoe gaan we deskundig bemesten na het sleepvoetverbod? Zoals Sjon aangaf:


Sjon: ‘Het wordt er niet gemakkelijker op, maar mogelijkheden zijn er wel degelijk!’

Gewoon lekker boeren

Daarvoor werden verschillende technieken gedemonstreerd. De sleufkouter liet zien dat bij een gift van 10m3 per ha een sleufje van 1 cm diep genoeg is. En bij een gift van 30m3 per ha een sleufje van 3-3,5 cm diep voldoende is, afhankelijk van de koutervorm. Er was ook een sleepslang combinatie met sleepvoet. Dit is volgend jaar alleen toegestaan bij het toedienen van twee delen mest met minimaal één deel water. Vergunning hiervoor moet via ‘Borgingstechniek’ tot stand komen. De pulse track techniek genoemd in de landbouwvisie van minister Schouten is nog niet klaar voor de praktijk en kon dan ook niet worden gedemonstreerd.

Grondwater op peil

Karel van Houwelingen gaf de workshop ‘Grondwater op Peil’ waarbij hij dieper inging op peil-gestuurde drukdrainage. Hierbij wordt er door middel van een pomp put het peil in het perceel gestuurd. Door deze manier van onderwaterdrainage lijkt het erop dat er flinke reductie van bodemdaling plaatsvindt, maar dit is verder nog in onderzoek.

Complexe grasteelt

Bij het proefveld waar verschillende mengsels met smalle weegbree worden onderzocht, was de workshop over het in- en doorzaaien van kruiden onder leiding van Nick van Eekeren (Louis Bolk Instituut). Hier en daar kwamen sceptische geluiden naar voren, maar duidelijk werd wel dat de toekomst een stuk kruidenrijker zal zijn dan nu het geval is! Klavers, smalle weegbree en chicorei zijn voorbeelden van kruiden waarbij de opbrengst juist stabieler wordt en misschien wel voor meer smakelijkheid en gezondheid in het rantsoen kan zorgen. Smalle weegbree heeft ook de eigenschap als nitrificatieremmer waardoor er minder stikstof verloren gaat.


Nick: ‘Zie kruiden in grasland als een kans?’

Kruiden zorgen voor meer biodiversiteit, droogteresistentie, stikstofbinding en ze zijn gezond voor het vee. Vragen over kruiden zijn er veel en er wordt momenteel veel onderzoek naar gedaan.

Vakbekwaam voeren

In de loods verzorgde Dirk van de Heuvel de workshop ‘vakbekwaam voeren’. Belangrijk in grasrijke rantsoenen is het eiwit te drukken, de kwaliteit van het eiwit te verbeteren (darmverteerbaar) en voldoende energie in de pens te brengen om het penseiwit te benutten. Eiwitrijke kuilen zijn in grasrijke rantsoenen erg moeilijk te compenseren met alleen eiwitarm krachtvoer. Daar komt meer bij kijken. Dit geldt helemaal voor herfstgras. Deelnemers waren in de gelegenheid hun verse herfstgras door Migrain met behulp van NIRS direct te laten onderzoeken. Aan het einde van de dag kregen ze de uitslag mee naar huis. Hieruit bleek wel dat er eiwit genoeg in het herfstgras zit!

gewoonlekkerboerenSimpel beweiden

De workshop ‘Simpel beweiden’ werd verzorgd door Bert Philipsen en Wim Honkoop. Nieuw Nederlands Weiden stond hierbij centraal. Blijven roteren en in het najaar de complete huiskavel in het beweidingsplatform meenemen en iedere dag een ander perceel aan de koeien geven. Belangrijk bij herfstgras is niet met te lang gras inscharen!

Kortom een innoverende dag om aan de slag te gaan met ‘gewoon lekker te boeren in een nieuw klimaat’.

 

De vakdag werd mede mogelijk gemaakt door

Partners Gewoon Lekker Boeren

Smalle weegbree produceert 3x zoveel onder droogte

De oogst van de proefvelden op KTC Zegveld laten het zien: smalle weegbree produceert onder droogte beter dan Engels raaigras. Zorg je voor een mengsel van gras en smalle weegbree, dan biedt dat perspectief om te weiden in periode van droogte. En dat levert weer een mogelijke besparing op voerkosten op. Een van de inzichten uit het onderzoek van Proeftuin Veenweiden naar de opbrengsten, voederwaarden en bodemstikstofgehalten van smalle weegbree op veen.

Proefvelden met diverse samenstelling

Tot en met 4 september 2018 werd in vier sneden 3,1 ton droge stof per ha meer geoogst van proefveldjes met smalle weegbree veldjes ten opzichte van Engels raaigras. Van de veldjes, gelegen op veengrond van KTC Zegveld, waar 100% smalle weegbree was ingezaaid werd totaal 11,2 ton droge stof per ha geoogst en van de veldjes met 100% Engels raaigras werd in totaal 8,1 ton droge stof geoogst.

Cumulatieve droge stof opbrengst velden smalle weegbree, Engels raaigras en mengsels in 2018, 1e jaar na inzaai op veengrond

 

De veldjes werden in het najaar van 2017 ingezaaid, en zijn sindsdien nog niet met stikstof bemest. De veldjes werden ingezaaid als 100% smalle weegbree, 66% smalle weegbree aangevuld met Engels raaigras, 33% smalle weegbree aangevuld met Engels raaigras, of als 100% Engels raaigras zonder smalle weegbree. Dit was gedaan door 30 kg graszaad van BG3 per ha te nemen en dit aan te vullen met 0, 3,3 of 6,6 kg smalle weegbree zaad per ha voor de 0, 33 en 66% smalle weegbree. Veldjes zonder gras waren ingezaaid met 10 kg smalle weegbree zaad per ha.

Voorjaarsgroei en droogteresistentie

Smalle weegbree komt in het voorjaar later op gang dan gras, en is droogteresistenter dan gras. Het aandeel smalle weegbree ten opzichte van gras in de mengsels varieerde daardoor dan ook door het seizoen. De mengsels waren in het voorjaar meer gedomineerd door gras, terwijl dit tijdens de droge zomermaanden andersom was. In de eerste snede produceerde 100% gras tot wel 2,1 ton droge stof per ha meer dan smalle weegbree. Maar tijdens de extreem droge zomermaanden gaf de smalle weegbree tot 3x meer droge stof opbrengst dan gras. Een mengsel met gras en smalle weegbree kan daarom interessant zijn om toch te kunnen weiden tijdens perioden van droogte en eventueel op extra voeraankopen te besparen.

Insecten en voederwaarde

Een ander verschil met gras is dat smalle weegbree het hele seizoen door kan bloeien. Dit betekent dat smalle weegbree in vergelijking tot gras vaker insecten zoals bijen kan aantrekken, en dat door de bloeiwijze de voederwaarde van smalle weegbree vaak wat minder hoog uitkomt dan van gras. Op melkveebedrijven op veen met veel gras kan dit gunstig uitpakken, omdat het gras hier doorgaans een overmaat aan eiwit voor de koeien bevat.

Meer weten?

Mail naar Nick van Eekeren (n.vaneekeren@louisbolk.nl) of Jeroen Pijlman (j.pijlman@louisbolk.nl)

 

Statenleden Zuid-Holland op agrisafari bij Jaco Kastelein

Een nieuwe stal op steenworp afstand van het Natura 2000 gebied de Nieuwkoopse Plassen. Hoe ga je dan om met ammoniakemissie, waterkwaliteit en bodemdaling? Dat wilden de statenleden van Provincie Zuid-Holland graag horen van Jaco Kastelein, pilotboer in Proeftuin Veenweiden.

Een gesprek in een ligboxenstal is altijd interessanter dan in de keuken, maar als er in een paar uur tijd meer dan 50 mm regen naar beneden komt op een golfplaten dak, dan kom je er gewoon niet meer boven uit. Dat overkwam Jaco Kastelein op 5 september toen elf statenleden van de Provincie Zuid-Holland bij hem op werkbezoek kwamen, een zogeheten agrisafari. Op weg van de stal naar de keuken werden trouwens meerdere snelheidsrecords verbroken…

Ontwikkelruimte en ondernemerschap

De statenleden waren benieuwd naar het melkveebedrijf van Jaco en zijn nieuwe stal, maar nog meer naar zijn motieven om zijn bedrijf verder te ontwikkelen, ook al staat dat op steenworp afstand van het Natura 2000 gebied, de Nieuwkoopse Plassen. Om te beginnen liet Jaco weten dat het meest belangrijk in zijn bedrijfsvoering is: gezonde koeien, verantwoord produceren en continuïteit. Om dat te realiseren is een ‘normaal’ inkomen een vereiste! Vooral dat laatste gaf de nodige stof tot discussie. Iedereen is het daar mee eens, maar het blijft even zoeken wie daarvoor moet zorgen…

Succesvol ammoniak reduceren

In de veenweiden komt de melkveehouderij voor de nodige uitdagingen te staan, waaronder de ammoniakemissie, waterkwaliteit en bodemdaling. Jaco liet aan de hand van cijfers zien dat hij, vóórdat hij aan de Proeftuin Veenweiden meedeed op zijn bedrijf tussen 1980 en 2015 meer dan 70% aan ammoniakuitstoot heeft gereduceerd! Met de komst van de sleepvoet (in plaats van bovengronds uitrijden) en de ammoniakarme stal zijn grote stappen gemaakt. Maar zeker ook de verlaging van de kunstmestgift (van 300 kg naar minder dan 100 kg KAS per ha) en het matigen van eiwitrijk (kracht)voer hebben veel bijgedragen. Met de Proeftuin Veenweiden heeft Jaco vanaf 2015 nog eens 19% reductie weten te behalen. Dat gaf aanleiding tot enige uitleg. Met name het verdunnen van drijfmest en minder jongvee hebben flink geholpen.

Focus op voeding

Nu heeft Jaco ingezet op een volgende stap in de voeding. Dat moet, zeker met hulp van de voerleverancier met minder eiwit kunnen. De bezoekers waren onder de indruk van de inzet en bevlogenheid waarmee Jaco zijn bedrijf toekomst wil geven en door blijft gaan om op een duurzame manier te produceren. Alle aanwezigen waren het er over eens dat deze manier van ondernemen een betere beloning verdient door de consument en de maatschappij. Het zou jammer zijn als een volgende stap niet door kan gaan als gevolg van een te lage melkprijs…

Lees meer over het bezoek in de Nieuwe Oogst:

5sept bezoek statenleden Jaco Kastelein

4 oktober: Gewoon lekker boeren

Proeftuin Veenweiden organiseert samen met partners op 4 oktober de dag: Gewoon lekker boeren. Met plezier boeren en scoren op alle fronten, dat is waar we voor gaan; of het nu gaat om bemesten, beweiden, voeren of een kruidenrijk menu voor de koe. Het veranderende klimaat en reductie van CO2 en ammoniak stellen wel andere en nieuwe vragen aan ons vakmanschap. Maar met z’n allen doen en kunnen we veel! Die kennis en ervaring over goed vakmanschap, willen we graag op 4 oktober delen. Zodat we met elkaar het maximale in huis hebben om ‘gewoon lekker te boeren’.

Het volledige programma voor deze dag kunt u lezen in de uitnodiging voor deze dag:

> Download uitnodiging ‘Gewoon lekker boeren’ op 4 oktober


Datum: 4 oktober

Tijd: van 10.00 tot 15.30 uur

Programma: van 10.00 tot 12.00 Expertsessies; 13.00 tot 15.30 Praktijksessies

Aanmelden: Aan deze dag zijn voor u geen kosten verbonden. Omdat we voor u als deelnemer een lunch verzorgen, is het wel van belang te weten of u komt. Opgeven kan door een mail te sturen naar: t.verhoeff@ppp-agro.nl

Locatie: Proefboerderij Zegveld, Oude Meije 18, 3474 KM Zegveld


Uitnodiging 4 oktober Gewoon lekker boeren

Pilotboer en producent enthousiast over experiment met AMFA in drijfmest

Pilotboer Jaco Kastelein wil alles proberen om de ammoniakuitstoot uit drijfmest te verminderen en meer stikstof voor de plant beschikbaar te krijgen. Het nieuwe toevoegmiddel AMFA lijkt daar aan bij te dragen, bleek uit een eerste bedrijfsexperiment. Reden genoeg om hier vanuit Proeftuin Veenweiden een vervolg aan te geven.

Beluchten van drijfmest

Als pilotboer was Jaco vorig jaar betrokken bij een kleinschalig experiment met het beluchten van drijfmest. De veronderstelling was dat in de put met beluchting minder ammonium-stikstof zou zitten waardoor er minder vervluchtiging zou plaatsvinden en er dus meer stikstof zou overblijven. Helaas konden in de mestmonsters geen noemenswaardige verschillen worden ontdekt. Gelukkig heeft Dairy Campus een verkennend onderzoek gedaan naar het effect van het beluchten van drijfmest. Daarin zien we wel degelijk effect van het beluchten van drijfmest.

Experiment met AMFA

Dit jaar kwam Jaco het bedrijf Agri Minerals op het spoor, producent van het toevoegmiddel AMFA (Agri Minerals Fertilizer Additive). Ze wilden graag in een kleinschalig bedrijfsexperiment investeren. Op 9 april is aan een put van 820 kuub drijfmest ruim 4.100 liter AMFA toegevoegd. De put is vooraf en tijdens het toevoegen goed gemixt, evenals 14 dagen erna. In een tweede vergelijkbare put is geen toevoegmiddel toegevoegd. In het experiment is de mest van beide putten en het effect op de graskwaliteit met elkaar vergeleken:

  • Eind mei (na de 1e snede) is op dit perceel 27 kuub drijfmest per ha aangewend; op één helft van het perceel is drijfmest zonder en op de andere helft drijfmest met AMFA aangewend.
  • Van beide helften van het perceel zijn vers-gras-monsters genomen van de 2e snede, waarvan de resultaten in de tabel hieronder zijn weergegeven. Opvallend zijn de positieve verschillen in VEM, RE, DVE en suiker van het perceel waarop drijfmest met AMFA is aangewend.
Tabel: Het resultaat van de vers-gras-monsters

Tabel: Het resultaat van de vers-gras-monsters

Kansrijk perspectief

Omdat het niet is gelukt om van beide putten mestmonsters te nemen, wordt het experiment volgend jaar voortgezet. Daarbij wordt niet alleen de samenstelling van de mest nauwkeurig gevolgd, maar ook de opbrengsten van de 1e, 2e en 3e snede. De veronderstelling is dat er als gevolg van AMFA in verhouding meer organisch gebonden stikstof in de mest aanwezig is, die niet vervluchtigt en in de loop van het groeiseizoen beschikbaar komt.